donderdag, april 27, 2006

42

+4 servicekosten per ticket
+5 automatische aangetekende verzending
+1.1 administratie- en afleverkosten in België

En dat voor de band die het ooit aandurfde de strijd met Ticketmaster aan te gaan.



Niettemin zal ik zaterdagmorgen voor de pc zitten in de hoop enkele tickets te bemachtigen. Mocht ik het geluk hebben kaarten te pakken te krijgen, zal ik deze, net als bij Oasis destijds, tegen kostprijs verloten onder vrienden en kennissen. En als we het dan al zo ver schoppen, wordt het bang afwachten tot 30 augustus. Gelukkig zie ik ze nog nergens op de affiche staan van Roskilde.

woensdag, april 26, 2006

Moet er nog volk zijn?

30 april 2006, 21u
Jeugdhuis De Kloemp - Bunsbeek
123 Comedy Club met Danny Van Roijen, Tim Foncke, Dzieno en Joost Vandecasteele.

6 mei 2006, 23u
Buster - Antwerpen
Stand-Up Comedy met Bart Sijbers, Stefan Van der Burgt, Gracy Van Lysebetten, Danny Van Roijen.
Hoofdact: Bert Gabriels

Inkom in den Buster is zoals gewoonlijk gratis. De prijspolitiek van De Kloemp is me volledig onbekend maar aangezien Duvel volgens hun site slechts € 1.5 kost, heb ik een licht vermoeden dat het begrip "democratisch" er nog enige betekenis heeft.

Ik moet trouwens dringend op zoek naar een artiestennaam, daar jeugdhuizen er een gewoonte van lijken te maken mijn naam verkeerd te spellen.

maandag, april 24, 2006

Domino 2006

Uiteraard kon ik de aandrang niet weerstaan om anderhalve week geleden enkele avondjes te gaan Domino'en.

Dinsdag 11/4
Jenny Lewis
Miss Rilo Kiley heeft een stem die zich uitstekend leent tot warme countrysongs, niet toevallig de richting die ze uitging op haar debuutplaat, en live wist dat ze perfect te demonstreren. Hoewel ze nogal koeltjes leek in het begin, bloeide ze snel open en werd het een leuke boel. Vooral met het nieuwe "Jack killed mom", Nick Cave-murder rock met een countryrandje, wist ze de zaal plat te spelen. Het wordt dus uitkijken naar haar tweede worp.
Adam Green
Het dient gezegd, buiten enkele referenties en een vage biografie kende ik ongeveer niets van de man. Zijn optreden was dan ook een ware openbaring, puur genot zelfs. Meer verzoekjes dan nummers spelend, strompelde en struikelde hij zich een weg doorheen zijn set, de ene na de andere komische noot aan elkaar rijgend. Een plezant geschift boeltje werd het.
Emiliana Torrini
Er viel weinig verschil te bespeuren met de Emiliana vanop Pukkelpop: schuchter en verlegen, maar niettemin de eigenschap bezittend om haar songs betoverend mooi te zingen en tussendoor op ontwapenende wijze de meest hilarische anekdotes te vertellen. Rock 'n' roll!
Brakes
Brakes kwam een pak snediger voor de dag dan bij hun doortocht in de Botanique een tijdje terug. De set was deze keer ook iets substantiëler met onder andere een extra cover van "Sometimes always" van Jesus & Mary Chain en nieuw materiaal zoals "Porcupineapple". Fun verzekerd,,..

Woensdag 12/4
Ignatz
Pitchfork-hipsters lopen er dan wel behoorlijk geil van, op mijn persoonlijke schaal van 1 tot 10 werd er heel weinig gescoord. Onverstaanbaar gewauwel in combinatie met primitief gitaargetokkel en sampling voor beginners...Jan Hoet zou er best wel iets zinnigs over kunnen zeggen, mocht ie als muziekpaus gekend staan. Een drol verkopen is kunst, maar het blijft een drol natuurlijk.
Mi & L'Au
IJl en breekbaar zijn wel de meest voorkomende en best passende adjectieven voor het koppel Mi & L'Au. Denk aan Nick Drake, geïncarneerd in een liefdeskoppel dat enkel zichzelf en hun gitaar heeft in deze wereld.
Isobel Campbell
Isobel voelde zich nogal zenuwachtig en onwennig op het podium terwijl ook al snel bleek dat Eugene Kelly iets te weinig schuurpapier is om Mark Lanegan te vervangen. Dat nam niet weg dat we een degelijke set te horen kregen die vooral naar het einde toe piekte.

Zondag 16/4
Akron/Family
Spijtig genoeg kon ik pas halfweg hun set de zaal binnenstappen. Hun bayou gospel meets experimental jams wist me wel te boeien en te bekoren. Muziek waarvan je denkt "I'll have the same drugs they're having".
Wolf Eyes
Het is geleden van These Arms Are Snakes dat ik zo hard met het sérieux van een groep moest lachen. Grappige jongens, die drone metalheads!
65daysofstatic
Door beats opgezweepte postrock voor de mensen die hun adrenaline onmiddellijk willen. Niet uitermate origineel maar best doeltreffend.
Mogwai
Wanneer deze beruchte Schotten de pedalen indrukken, valt de atoombom. De geluidsgolven schieten door de ruimte en niets in de wijde omtrek kan zich aan de kracht van deze gitaren onttrekken. Verschroeiend en hypnotiserend tegelijk. All hail Mogwai!

dinsdag, april 18, 2006

One year in

Voor je het weet, ben je een jaar aan het werk en mag je je valiezen pakken. Van twee daagjes Engeland gaat een mens echter niet dood, ook al durven ze wel eens een poging te wagen tijdens het ontbijt.

Op veel goed weer moet ik blijkbaar niet hopen:

zaterdag, april 15, 2006

Catch of the week



AMG ziet er trouwens weer een pak professioneler uit met hun vernieuwde look.

Ondanks een drukke week heb ik me toch doorheen volgende interessante feature weten te werken: “Gotta Get Thru This”: Dom Passantino’s Survey of the New Millenium’s UK #1 Singles"

Enkele snippets:
Kylie Minogue- Spinning Around
[06/25/2000; 1 week]

But this is the first real important cultural shift #1 of the decade. Kylie Was Back. Nearly six years divorced from her last top 10 single, and finally devoid of the need to be indie, to work with Nick Cave, or to do guest appearances on The Vicar of Dibley. She was back, and with her arse she could disguise the fact she had the body of a 12 year-old boy. Kylie is the great card trick of popular music from the last 20 years. Everybody will agree that Kylie is a Great Pop Star. Now, go and look at a list of her hit singles. Notice how many of them you love. That'd be about two of them then, wouldn't it? And a lot of forgettable crystal-meth-and-Southern-Comfort provincial gay bar fodder. This is amongst them. Disco with a tenth of the vibrancy required.

Shaggy ft. RikRok- It Wasn't Me
[02/04/2001; 1 week]

“Open up man... my girl just caught me.” Those of you returning from serving in Iraq, please pay attention. Don't sit around moping about having your leg blown off, or mourning all the corpses of kids you've seen/caused. Don't become a bouncer/contract killer/homeless like the rest of your brethren. No, instead, take a tip from everyone's favourite veteran of the first Gulf War, Shaggy. Have a big hit, fuck off for four years, have another big hit, wash, rinse, repeat. A tightly packed and plotted relationship drama (no doubt a big impact on the writers of Desperate Housewives), Shaggy bellows like a town crier through the verses,

Holly Valance- Kiss Kiss
[05/05/2002; 1 week]

“Tonight you're gonna get my... mwah-mwah.” So, when it comes down to it, what do the British actually like? Two things: Australian soap stars in their pants, and kebab shops. So why not get an Australian soap star in the nuddy to cover one of those ever-popular Turkish MTV hits that accompany the cry of “You want special sauce with that boss?”, and land yourself an ever-easy number one single?

Band Aid 20- Do They Know It's Christmas?
[12/05/2004; 4 weeks]

Is this the moment pop music just threw its hands into the air and went “That's it, I quit. Do what you want”?

maandag, april 10, 2006

NKOTB (2)

You have scored enough hygiene points to unlock the next level:

donderdag, april 06, 2006

NKOTB

Lezing uit het boek der recent vergaarde levenswijsheden:
Ligt er geen dood dier naast het fornuis, dan nog is er kans op veel gekuis.

zaterdag, april 01, 2006

Joepie

Met mijn nieuwe huissleutel op zak heb ik enkele bezige weken voor de boeg om mijn eigen stekje ingericht te krijgen. In de tussentijd moeten er op het ouderlijk thuisfront ook nog verschillende regelingen getroffen worden. Vandaag kon ik terug in mijn jeugd- en kinderjaren duiken bij het leeghalen van allerlei kasten en lades.

Ongelooflijk wat ik zoal allemaal terugvond, onder andere
- medailles en andere trofeeën uit een ver sportverleden
- volgekladde cursusblokkaften, versierd met de occasionele "FUCK OFF" of "SCHOOL SUCKS" (jaja, rebellie in de nineties)
- mijn eigen handgeschreven lyrics database
- real time neergepende overzichtjes van de Tijdloze 100
- posters uit de Joepie (spijtig genoeg zat mijn exemplaar van Erika Eleniak er niet meer bij)
- oude bierkaartjes

en niet te vergeten:

Interview - Brakes

Vrijdagavond 13 januari, Botanique Brussel. In afwachting van de komst van Eamon krijg ik in de backstage van de Witloofbar een papier in mijn handen gedrukt. Of ik soms zo vriendelijk zou willen zijn in te vullen welke songs ik deze avond ga spelen. Enigzins verwonderd deel ik mee dat ik daar niet echt bevoegd voor ben. Een mens moet immers zijn plaats in het gebeuren kennen, en mijn plaats is op de stoel recht voor Eamon Hamilton, zanger van Brakes.


Om maar bij het begin te beginnen, hoe zijn jullie begonnen?
Als een groep, bedoel je? Dat zal zo'n 3 jaar geleden zijn. Ik was een paar songs aan het spelen in een bar in Brighton toen Tom and Alex naar me toekwamen en zeiden dat ze wel mijn backing band wouden zijn, so I said yeah.

Waarschijnlijk ken je de groep Elbow? Naar het schijnt hadden ze ooit een discussie over wat het meest sexy woord was en ze kwamen tot de vaststelling dat dat Elbow was, vandaar hun groepsnaam. Wat is het verhaal achter Brakes?
Ik was met een vriend op stap in Brighton. We kwamen uit een winkel die gelegen was op een steile heuvel, vlakbij het station. We zagen iemand op een fiets naar beneden scheuren die riep: "No brakes! I've got no brakes!", so I thought everyone needs brakes.

Aangezien jullie elk in andere bands zitten (British Sea Power, Electric Soft Parade, Tenderfoot) beschouwt men Brakes veelal als een zijproject. Maar omdat dit België is, kunnen we gerust de rollen omdraaien en vragen hoe het met de andere zijprojecten zit?
Wel, we beschouwen dit niet echt als een zijproject. We zijn hier best wel serieus mee bezig... Oh, je bedoelt de andere groepen? Electric Soft Parade kruipt dit jaar opnieuw de studio in. British Sea Power zijn aan een nieuw album aan het schrijven en Tenderfoot doet ongeveer hetzelfde. Het gaat dus best goed. We werken nogal wat af de laatste tijd (lacht).

Hoe kwam de plaat tot stand?
We zijn niet altijd een band met een live karakter geweest. Alles is nogal snel van de grond gekomen. We wouden dan ook een album maken zoals ze het vroeger deden, ingeblikt in 4 dagen. We dachten dat het wel mogelijk moest zijn om een plaat op te nemen in 5 dagen, dat bleek een hele uitdaging te zijn. Maar goed, we zijn 5 dagen in de studio geweest en in die tijd hebben we alles opgenomen en afgemixt.

Dat lijkt aan te sluiten bij de punkgedachte van gewoon de studio in te duiken en het ogenblik en de inspiratie vast te leggen op plaat.
Jep, we wouden bewijzen dat het nog mogelijk was zonder al dat computergedoe.

Het verhaal van Brakes begon met jouw songs. In welke mate wordt de rest van de groep nu in het hele proces betrokken?
Normaal kom ik aandraven met een soort van geraamte, waarna ik het in de groep gooi en elk zijn eigen stuk begint te schrijven. In die mate denk ik wel dat we elk voor 25% bijdragen aan alle songs.

Jullie brengen op dit album een Johnny Cash-cover, "Jackson". Wie nam de beslissing wie June Carter zou spelen?
Met al die songs over mannen die hun vrouw verlaten, leek het mij wel interessant om de rollen om te draaien. Ik wou met Liela (Moss, nvdr) van The Duke Spirit zingen omdat ze zo'n mooie stem heeft, en ze ziet er ook allesbehalve slecht uit.

Het liedje "Heard your band", moeten we dat beschouwen als tongue in cheek of wou je een statement maken?
Eigenlijk is het een waargebeurd verhaal. Er was iemand die me serieus enerveerde. Hij sprak over muziek in termen van geld in plaats van het feit of iets goed of slecht was. Hij drukte zijn leven uit in termen van geld en waarde, hij had geen interesse in de kwaliteit.

Het album combineert verschillende stijlen, van de countrypop van "NY pie" tot de hoofdschuddisco van "All night disco party". Het valt me wel op dat alle songs steeds zo'n rammelend, snedig kantje hebben.
Het weerspiegelt in zekere mate wat in onze muziekcollectie zit, van Johnny Cash tot Jesus and Mary Chain, en alles wat ertussen ligt. You know, good bands are good bands.

Aangezien jullie album "Give Blood" heet, zal je me vast wel kunnen vertellen welk bloedtype je hebt?
Ah shit. Wat was het nu weer? Had ik mijn portefeuille bij me, kon ik het je onmiddellijk vertellen. Ik denk dat het O positief is. We zijn laatst nog allemaal tesamen bloed gaan geven.

Krijgen jullie nadien ook altijd bier?
Bier? Nee, we krijgen thee. Dus jullie krijgen bier?

Jullie gaan op toernee met Belle & Sebastian. Hoe twee zijn jullie?
We voelden ons zeer vereerd om met hen samen te spelen. Ze vroegen ons of wij in hun voorprogramma wouden spelen en natuurlijk wouden we dat. Ik denk niet dat ons twee-gehalte zo hoog ligt, maar we doen ons best.

Denk je dat jullie publiek sterk overeenkomt met dat van Belle & Sebastian?
Ik weet het niet goed. Ik veronderstel dat ze wel van goeie muziek houden. Hopelijk krijgen we ze gek genoeg, maar voor hetzelfde geld haten ze ons.

Laatste vraag, eentje die je zelf mag zelf stellen. Welke vraag zou je graag op een dag voorgeschoteld krijgen?
Even denken. Iets als "Jullie zijn de meest invloedrijke band in de wereld. Zijn er groepen die jullie niet beïnvloed hebben?"

The Beatles?
Ok, hen niet. Maar ze zijn dan ook de enigen (lacht).

Labels: ,

Interview - Nona Mez

Naar aanleiding van hun nieuwe album belden we aan bij zanger Geert Maris


Met de release van “Out of Touch” is het derde Nona Mez-album een feit. Waarover gaat de plaat?
Net zoals bij de vorige albums dekt de titel de lading van het album. “Songs of Leaving” ging over afscheid en alles wat daar rondhangt. Op “Cast in Conrete” had ik het over vastzitten in je leven, vastzitten in een bepaald patroon, en “Out of Touch” gaat voornamelijk over een graad van vervreemding, vervreemden van de mensen en de wereld die je kent.

Afscheid nemen, vastzitten in het leven, vervreemding. Het lijken me thema's die nauw met elkaar samenhangen.
Dat is inderdaad zo. In zekere mate zijn die thema's voor mij inwisselbaar. Let op, daarmee wil ik heus niet gezegd hebben dat ik steeds dezelfde plaat maak. Ik zou het trouwens erg vinden, moesten de mensen dat gaan denken. Het zijn gewoon bepaalde kanten van mij die aan bod komen. Zelf vind ik deze plaat tot nu toe mijn meest persoonlijke plaat. Niet dat dat op de vorige albums niet het geval was, maar deze keer is het toch net iets anders. Als ik zing over “Hey sister”, dan heb ik het ook over mijn zus.

Met al die donkere onderwerpen vraagt men zich vast af of er geen plaats is voor vreugde in het leven van Nona Mez.
Van mijn eerste album vond men dat het een superzwarte plaat was. In een recensie van “Cast in Concrete” zeiden ze dat er af en toe al eens een lichtje mocht branden in het duister. Op “Out of Touch” sijpelt er wat meer hoop binnen, alhoewel de melancholie blijft overwegen. “Hey Sister” is daar een prima voorbeeld van. Op het einde zing ik “Sister go your own way”, een open einde dat met wat goede wil plaats laat voor enig positivisme. Voor de rest blijft het natuurlijk wel een donkere song, ook al lijkt het misschien een opgewekt lied te zijn als je het zomaar op de radio hoort. Ik hou wel van die tegenstelling tussen die donkere teksten en luchtige, opgewekte arrangementen.

In je liner notes neem je deze keer een fragment uit “Raining in Baltimore” van Counting Crows op? Ben je een fan of heb je een speciale band met het nummer?
Elk album heb ik al iets soortgelijks gedaan, de ene keer een quote van Ani Difranco, de andere keer een van Nick Drake. Het zijn fragmenten die iets weergeven over het gevoel van de plaat. Daarnaast gaat het ook om artiesten waar ik een zekere bewondering voor heb. Los van het feit hoe ze verder geëvolueerd zijn, als je bijvoorbeeld kijkt hoe de Counting Crows helemaal uit het niets met “August and Everything After” op de proppen kwamen, dan vind ik dat heel straf.

In een artikel dat ik las, werd je vergeleken met Tom McRae. Is dat iets wat je vleit of waar je je eerder aan stoort?
Och, ik stoor me er niet zo erg aan. In de muziekwereld worden er altijd vergelijkingen gemaakt wanneer men muziek wil omschrijven aan mensen die een bepaalde groep niet kennen. Ik beschouw het trouwens wel als een compliment wanneer men mij met Tom McRae linkt. Ik kan zijn muziek best appreciëren. Daar staat natuurlijk tegenover dat ik meer ben dan de opsomming van de vergelijkingen. Zonder pedant of arrogant te willen overkomen, meen ik toch te mogen zeggen dat mijn muziek iets unieks heeft. Elk land heeft naar mijn mening wel zo zijn kopieën van bekende groepen, maar tot dusver ben ik nog geen enkel land tegengekomen waar een andere Nona Mez rondloopt.

Nona Mez zal qua invloeden wel meer de verzameling zijn van wat me aanspreekt bij bijvoorbeeld Joy Division en pakweg Afghan Whigs, die arrangementen van motieven op een wisselende achtergrond, samen met datgene waar ik zo van hou bij singer-songwriters als Leonard Cohen, Bruce Springsteen, Nick Drake, Ani Difranco, Ryan Adams, etc.

In welke mate kan Nona Mez als een groep beschouwd worden?
Toen ik met Nona Mez begon, was dit een soloproject. Mijn aanpak mocht dan wel omschreven worden als “de geslaagde eenvoud”, het was niet altijd even gemakkelijk om dat te bekomen. Als singer-songwriter op je eentje rondtouren is trouwens ook niet altijd even plezant. Het dient gezegd dat ik een hele tijd heb moeten zoeken vooraleer ik de juiste mensen heb gevonden om me te vergezellen. Met de hulp van Peter (Pazmany), Davy (Deckmyn) en Bart (Van Lierde) kan ik meer kanten uit.

De samenwerking verloopt ook heel vlot. Ze tonen zich ook meer betrokken bij het project dan wanneer je zou werken met “huurlingen”. Ze geven hier en daar aanwijzingen of opmerkingen, als ze denken dat iets beter kan. Ik sta ook altijd open voor suggesties, maar dat neemt niet weg dat ik de beslissingen neem. Ik zie onze samenwerking als een kartel, waarbij men met een systeem van onderlinge afspraken het beste voor alle partijen nastreeft. Als ik sommige beginnende bands aan het werk zie, heb ik altijd wel de indruk dat er iemand binnen de groep is die hun groei tegenhoudt. In een groep gaat het erom dat iedereen zijn eigen rol heeft en zich goed voelt bij die rol, of ie nu veel of weinig bijdraagt tot de groep. Alles moet uiteindelijk de song dienen.

Aan wat meet je je succes af?
Aan het feit dat ik dit kan blijven doen. Meer dan drie jaar geleden ben ik als zelfstandige begonnen en heb ik mijn eigen label opgericht. Tot op heden kan ik nog steeds leven van mijn muziek. Mensen vinden het soms moeilijk om te geloven dat zoiets kan in België. Ik heb geen riant inkomen, maar het volstaat voor mij om rond te komen. Ik heb niet veel nodig. Less is more. Dat is ook de achterliggende idee van Ten Digit Binary Records. Middels een wiskundige formule kan je in het binaire systeem als je wil tot 1023 tellen op slechts 10 vingers, waar dat decimaal maar tot 10 is. Met beperkte middelen kan je soms meer doen, als je maar origineel durft denken.

Ik huldig ook de DYI-aanpak. Ik heb mijn eigen studio en mijn eigen label. Dat zorgt ervoor dat ik meer controle heb en inkomsten dan iemand die bij een maatschappij tekent. Ik zou zo'n zevenmaal meer albums moeten verkopen bij een major om op het einde van de rit evenveel geld bij elkaar te verdienen.

Voor de rest ben ik er wel trots op dat mijn songs op verschillende nationale radiozenders met een verschillend profiel gedraaid worden. Zo zit “Hey Sister” op Stubru, Radio 1, Radio2, Radio Vlaanderen Internationaal, en bij de RTBF op La Première en Pure Fm. Het bewijst dat mijn muziek grensoverschrijdend is en niet onlosmakelijk verbonden met een bepaald genre.

Het is wel zo dat je de lat steeds hoger legt voor jezelf: ik heb ooit ten tijde van m’n eerste plaat mijn vriendin om 3 uur ’s nachts wakkergebeld, omdat ik op de nachtradio van Radio1 zat, terwijl ik nu bij elke nieuwe single op z’n minst voor high rotation wil gaan. Als artiest wil je immers dat de mensen je muziek horen, anders heeft het niet veel zin.

Dat neemt niet weg dat ik best tevreden ben. Zolang als dit alles voor mij kan blijven duren, is het perfect.

Labels: ,

Interview - Copenhagen

Naar aanleiding van hun recentste album "Sweet Dreams..." hadden we een interview met Neil Henderson, Kirsa Wilkenschildt en Andy Thompson van de Britse band Copenhagen. Met 4 man rond de tafel werden er geen kaarten bovengehaald maar het werd niettemin een gezellige boel.


Jullie kozen de naam Copenhagen om verschillende redenen, ook al zijn jullie een Britse band. Hoeveel mensen heb je zo al op het verkeerde been gezet?
Kirsa: Och, dat viel wel mee tot nu toe. Enkel in Denemarken hebben we enkele problemen ondervonden toen we er wouden optreden. Blijkbaar was er al een plaatselijke groep met de naam Copenhagen.
Andy: God ja, dat was nogal een onaangename verrassing.
Kirsa: Overal hadden ze onze affiches overplakt met de melding dat Copenhagen niet zou optreden en aan de ingang stonden ze zelfs flyers uit te delen die dezelfde boodschap droegen. Uiteindelijk kwamen er zo'n 20 mensen opdagen...
Neil: En dat was dan nog voornamelijk familie van Kirsa.
Andy: Achteraf gezien is het wel grappig natuurlijk. Ze dreigden zelfs met een rechtszaak en zeiden dat we waarschijnlijk toch niet lang zouden blijven bestaan als groep. Nooit meer iets van gehoord, eerlijk gezegd. (grijnst)

Kirsa en Neil, jullie begonnen de band met jullie tweeën. Was het de bedoeling om van meet af aan met zoveel mensen te gaan samenwerken?
Neil: Ja, van in het begin hadden we alletwee wel iets van "laten we er iets groots van maken". We wilden een warme en volle sound ontwikkelen.
Kirsa: Eigenlijk is dat allemaal heel natuurlijk verlopen. We hebben er zo nooit echt bij stilgestaan.

In 2003 haakten 5 leden af en bleven jullie nog met 3 over. Wat denk je dan op zo'n momenten?
Andy: Het was niet echt een probleem. Copenhagen is veeleer een collectief dan een groep. Iedereen is met vanalles bezig en het was eerder dat hun agenda te vol zat om nog voltijds mee te werken aan Copenhagen.
Kirsa: Tegen wanneer we de studio ingingen, waren de meesten er trouwens weer terug bij. Het is niet iets waar we ons ooit zorgen over gemaakt hebben.
Neil: Het werkte ook deels bevrijdend. We konden meer richtingen uit en er was meer ruimte om te experimenteren.

Hoe begin je te werken aan een song? Zit je te tellen hoeveel man je nog aan bod moet laten? Voeg je gewoon laag na laag toe, of hoe doe je dat?
Kirsa: Normaal gezien maken we eerst de compositie. Meestal is die al redelijk sterk uitgewerkt. En dan gaat Neil aan het werk.
Neil: Ik schrijf de teksten bij de muziek. Ik luister naar de compositie en schrijf wat in me opkomt. Soms gebeurt het wel eens dat ik al een tekst heb en we dan een compositie proberen te maken maar dat is eerder uitzondering.
Andy: Met de rest van de band proberen we dan altijd nog wat uit of we de song niet iets extra kunnen geven met nog een kleine aanpassing of variatie.
Kirsa: Soms voegen we er ook nog iets aan toe. Zo hebben we op dit album een harp gebruikt, iets wat ik altijd al wou doen. Het is niet dat we het er per se bij wouden maar het paste gewoon heel goed.

Jullie werkten samen met Robin Proper-Sheppard (Sophia) aan dit album. Hoe verliep de samenwerking?
Kirsa: Echt geweldig. Het is echt fijn samenwerken met hem.
Neil: Het leukste was dat de opnames bij mij thuis gebeurden. Zeer relax vond ik dat. Ik kon gewoon rechtstreeks van mijn bed in de opnamestudio rollen.

De meeste bands geven hun albums werktitels. Hadden jullie er een voor "Sweet dreams" en waarom heb je uiteindelijk voor die laatste gekozen?
Kirsa: Hmm, hoe hadden we het ook alweer genoemd?
Neil: Geen idee, ik kan het me niet echt meer herinneren.
Andy: (na wat denkwerk) "My little grey cloud", dat was het.
(Aha-erlebnis bij Kirsa en Neil)
Andy: Maar goed, uiteindelijk zijn we voor "Sweet dreams" gegaan omdat die er eigenlijk perfect bij paste. Enerzijds past het bij het rustgevende en liefhebbende, en anderzijds heb je de "evil grin" versie die ongeveer net het omgekeerde impliceert. Die dualiteit sprak ons wel aan.

Op de song "Lucky seven" doen 16 mensen mee? Mogen die allemaal mee pakken als jullie op tournee vertrekken?
Kirsa: 16? (slikt even)
Neil: Hmm, waren het er echt zoveel? Ongelooflijk eigenlijk, maar goed...als we op toernee gaan, treden we op met slechts 8 man. Grotere busjes hebben ze niet waar we ze huren. (lacht)
Andy: De busjes zijn niet het enige probleem. Ook de podia zijn soms wat smal bemeten. Ik herinner me nog een optreden in Duitsland waar Neil gewoon op een tafel moest staan zingen omdat er geen plaats meer was op het podium. Onze contrabas heeft toen nog vanalles de grond ingegooid terwijl ie aan het spelen was.
Kirsa: Die dag ging ongeveer alles kapot waar ie aankwam: de deur van zijn kleerkast ging kapot, de kapstok kwam naar beneden, hij zakte door zijn bed...uiteindelijk mocht hij van ons nergens meer aankomen.
Andy: Was dat de reden dat we hem uit de band gegooid hebben?
(Iedereen schiet in de lach.)

Jullie album is halfweg oktober uitgekomen in Engeland, hier komt het pas uit halfweg januari. Hebben jullie plannen om nadien te touren?
Andy: Absoluut. Everybody wants to break into London, we're glad if we can break out of it.
Kirsa: De response buiten Londen is ook veel beter. We doen graag het vasteland aan.
Neil: Momenteel zijn er nog geen concrete plannen maar als we kunnen, zullen we het zeker niet laten.

Tot slot nog 1 kleine vraag. Lambchop heeft een tijd geleden een cover gedaan van "This corrosion" van de Sisters of Mercy. Zien jullie je ook iets gelijkaardigs doen?
Kirsa: Ja, we hebben het al veel besproken in de groep.
Neil: Inderdaad, we zijn het volledig eens geraakt over de song: "Parade" van Magazine. Enkel weten we nog niet precies wanneer we het gaan doen.
Andy: We zitten er nu toch al een tijd over bezig dus ik denk niet dat we het nog zolang zullen uitstellen.
Kirsa: Het zal er alleszins ooit wel van komen.

Labels: ,

Interview - The Dears

Ter promotie van hun laatste album "No cities left" dat sinds kort in de Europese cd-rekken ligt, trekken The Dears in een rotvaart door Europa. Spijtig genoeg konden we niet aanwezig zijn op hun enige Belgische optreden van deze toernee maar 's anderendaags vonden we gelukkig wel nog de tijd bassist Martin Pellard een resem vragen voor te schotelen.


Jullie traden gisteren op in Gent. Hoe ging het?
Het was echt ongelooflijk. Er waren zo'n 400 mensen, volledig op elkaar gepakt. Blijkbaar waren er verscheidene mensen die het album al gekocht hadden want we merkten dat er redelijk wat mensen in het publiek waren die de liedjes en de muziek herkenden. Zoiets hadden we echt niet verwacht. Alles verliep meer dan vlot en we hebben er echt van genoten.

Dus het is echt waar dat het voor buitenlandse artiesten leuk optreden is in België of proberen ze gewoon vriendelijk te zijn?
Ik vind niet dat je de ene plaats boven de andere plaats kunt stellen. Tot nu toe zijn we altijd al goed ontvangen geweest, ongeacht waar we speelden. Maar ik ben er wel van overtuigd dat er een verschil is tussen optredens bij ons in Amerika en hier in Europa. Ik heb de indruk dat Europeanen meer openstaan voor nieuwe dingen. Ze zijn nogal nieuwsgierig en op ontdekkingen uit.

Hoe moeilijk is het om op te treden voor een publiek dat niets van je muziek kent?
Wij zijn daar nogal realistisch in. Zelfs als de zaal volzit, is er nog altijd een kans dat de helft van de zaal niets van je muziek afweet. Dus elke keer opnieuw is het een uitdaging om op te treden en ervoor te zorgen dat de mensen je muziek appreciëren.

Je gaat dus het podium op met een zekere bekeringsdrang?
Zo zou je het best kunnen omschrijven, ja.

Jullie zijn afkomstig van Canada, het land dat ons al artiesten schonk zoals Bryan Adams, Celine Dion en Nickelback. Maakt dat het er moeilijker op om de nodige aandacht te krijgen?
Eerst en vooral wil ik zeggen dat ik niets persoonlijks tegen die artiesten en hun muziek heb. Maar het is inderdaad wel zo dat de muziekindustrie nog maar eens de boot heeft gemist toen indie bands zoals The White Stripes, Franz Ferdinand en anderen op grote schaal doorbraken. Het doet deugd dat ze eindelijk inzien dat er wel meer artiesten zijn die genoeg talent hebben en die ook hun aandacht waard zijn. We zien nu plots de interesse toenemen in ons en andere Canadese artiesten zoals Broken Social Scene, Stars, The Unicorns, The Stills, enzovoort. Hetzelfde zie je bijvoorbeeld ook in Zweden waar een groep zoals The Hives toch bewezen heeft dat er ook meer te vinden is dan ABBA en Ace of Base. Ik ben wel blij met die evolutie.

Is er sprake van een plaatselijke rock scene in Montreal? Zijn er mensen die je altijd en overal tegenkomt?
Montreal heeft een zekere aantrekkingskracht op groepen maar zo speciaal is het er eigenlijk niet. Er zijn groepen die onmiddellijk beginnen te zweven na een paar goeie optredens in Montreal terwijl het toch allemaal niet zoveel voorstelt. Aangezien het een nogal gesloten wereldje is, komen we wel regelmatig dezelfde mensen tegen. Ons repetitiekot bijvoorbeeld bestaat uit 3 ruimtes die we met 2 andere groepen delen. Naast ons zitten de mensen van The Stills die momenteel ook her en der de nodige aandacht krijgen, en daarnaast zit nog Sam Roberts. Het is best leuk om op toernee te gaan, terug te komen en dan even met de rest aan de toog te hangen, ook al is het maar voor één avond.

In november trekken jullie door Europa. Wat zijn jullie verwachtingen?
Niets specifieks eigenlijk. We willen gewoon zoveel mogelijk mensen proberen te bereiken met onze muziek.

Jullie album "No cities left" werd uitgebracht in april 2003 maar is nu dus opnieuw uitgebracht voor de VS en Europa. Jullie zijn dus de baan opgegaan met oud materiaal of is er al nieuw materiaal in het vooruitzicht?
Wel, tijdens deze toernee hebben we al enkele nieuwe songs uitgeprobeerd. Gisteren hebben we twee nieuwe nummers gespeeld en af en toe spelen we ook eens eentje tijdens onze soundchecks. We hebben nu al ongeveer 9 songs in pre-productie. Het is nu dus wachten tot de toernee erop zit en we wat tijd vinden om de studio in te duiken. Maar tot dan hebben we nog een druk schema af te werken. Het is nogal vermoeiend maar niettemin plezant. Je hoort me dus niet klagen.

Labels: ,

Zita Swoon - A Song About a Girls

We waren niet laaiend enthousiast over de disco moves op "Life = a Sexy Sanctuary" maar gelukkig is "A Song About a Girls" anders en dan hebben we het niet enkel over de albumhoes.
3.7/5



De albumhoes van "A Song About a Girls" wordt deze keer niet gesierd door cartooneske en kleurrijke afbeeldingen. We zien Stef Kamil en 2 naakte deernes ingetogen wezen op een bank temidden van een bos. En de hoes dekt ook grotendeels de lading van het album, dit is een ingetogen en persoonlijke plaat geworden van Stef Kamil.

Het album opent met "Me & Josie on a Saturday night", een zachte dromerige song rond SKC's rode draadfiguur Josie. Bij "Intrigue" moeten we denken aan Serge Gainsbourg die Pinback op de koffie krijgt. Frans is ook de voertaal op "De quoi a besoin de l'amoir" waarin Stef Kamil tesamen met klassemadam Axelle Red het duet van het jaar neerzet.

Maar vooraleer je zo ver geraakt, moet je eerst nog voorbij het country-getinte en met strijkers aangevulde "Hey you, whatshadoing?" en het magnifieke "Selfish girl" ("Does love mean sacrifice/Can hearts just turn to ice/Will time tell wrong from right/With a little luck we'll survive this fight").

Het naar wereldmuziek geurende "Sad water" is vervolgens van zo'n dramatische schoonheid dat een depressie plots zoveel aantrekkelijker wordt. Zeker als je daar het minder geslaagde "Clair obscure" tegenover stelt waar een goddelijke verschijning de uitweg uit het zwarte gat aanwijst.

Beter gaat het met "Josiesomething" en "Thinking about you all the time" die terug wat fleur en levendigheid in het album pompen. Leonard Cohen lijkt even om de hoek te komen kijken in "100" maar spijtig genoeg voelt de song te klefferig aan om ons aan te grijpen. Gelukkig zijn we meer te spreken over het Manu Chao-eske "Individu animal" en slotnummer "Remember to withhold".

"A Song About a Girls" toont een kant van Stef Kamil Carlens die we tot op heden nog nooit zo uitgebreid te zien kregen. Als groep weet Zita Swoon nog steeds de perfecte klank en toon te leveren bij Stef Kamils teksten. Dat zijn intieme overpeinzingen niet altijd even goed overkomen out in the open nemen we er dan maar bij. "A Song About a Girls" bevat immers voldoende tekenen dat het weer de goede kant opgaat.

Labels: ,

Zaccharia - Divorce

Et maintenant, emo
3.1/5



Het is niet dat we onze postbode iets kunnen verwijten, maar op sommige ochtenden durft er wel al eens iets onverwachts in de bus vallen: parkeerboetes, lingeriecatalogi en kerstkaartjes uit Oeganda. En zo heel soms zit er ook een cd'tje tussen, zoals die van Zaccharia.

Met "Chrysalis" weten we onmiddellijk wat voor vlees we in de kuip hebben. Op hun eerste nummer graaien de heren van Zaccharia gretig in de trukendoos van beproefde emo- en punktechnieken: de afwisseling tussen forse en ingehouden bespeelde gitaarpartijen, een catchy hook die het refrein aankondigt, zachte backing vocals die de zinnen afmaken, en uiteraard ook de nodige tempowissels. Strijdvaardig klinkend maar tegelijk ook gevoelig. Zo zijn wij mannen nu eenmaal.

Wat het nummer zelf betreft, mogen we onze Belgische bescheidenheid wel eventjes overboord gooien. Bands zoals Jimmy Eat World of A.F.I. zouden er zeker het mooie weer mee kunnen maken in de States.

Dat gekende formules niet altijd een even sterk resultaat opleveren, wordt ons bewezen in "The untitled". Als u begint te zeuren, dan wij ook. Ook "For what it's worth" is niet de meest creatieve song qua thematiek en aanpak (die verplichte powerpunkballad, u kent dat wel) maar over de afwerking valt daarentegen weinig slechts te zeggen. Dat laatste geldt trouwens ook voor "Story of the year".

"Liquor" hangt zo halfweg Foo Fighters en de doorsnee Amerikaanse stoerejongensrock en verwordt alzo tot het muzikale equivalent van in een hondendrol trappen. Je merkt het snel genoeg wanneer de boel begint te stinken. Dan zit "Carla" toch wel een pak beter in elkaar. Het nummer bezit zelfs de kwaliteiten van wat men een grensoverschrijdend poprocknummer in ons Belgische radiolandschap pleegt te noemen.

In tegenstelling tot de rest van het album klinkt slotnummer "Divorce" misschien net iets te lang, maar veel keuze heb je niet als je er nog een pianopartij, een woedeuitbarsting en een climax wil insteken.

Op "Divorce" worden de accenten in elke song anders gelegd. Enerzijds resulteert dit in een gevarieerde plaat die best aangenaam klinkt, anderzijds durft dit de algehele kwaliteit wel eens uit balans brengen. Er blijft dus nog ruimte voor verbetering. Dat neemt niet weg dat er al ergere dingen in onze brievenbus terecht zijn gekomen. Hondendrollen bijvoorbeeld.

Labels: ,

Woven Hand - Consider the Birds

Met "Consider the Birds" biedt David Eugene Edwards de fans van 16 Horsepower een meer dan smakelijk tussendoortje aan.
3.9/5



Zo vader zo zoon. Op "Consider the Birds" predikt David Eugene Edwards, son of a preacherman en frontman van 16 Horsepower, wederom de Boodschap. Iemand die gekend is met Edwards' werk weet dat er echter niet veel Blijde aan de Boodschap is. Edwards' visie sluit voornamelijk aan bij de oud-testamentische God zoals dat heet en geloof ons maar dat dat geen pretje is als die boos wordt.

En over geloof gesproken, schrift- en bijbelverwijzingen zijn er inhoudelijk weer bij de vleet. De luisteraar dient zelf maar uit te maken hoe ver hij er zich in wil verdiepen. Niettemin zitten er ook enkele zeer duidelijke boodschappen in die voor de nodige fronsen zullen zorgen bij onze ongelovige medemensen:
Judgment is not avoided by your unbelief
Your lack of fear
Nor by your prayers to any little idol here
...
The lord will not be mocked
Not by you or me
(uit "To make a ring")
The world will bow
The knees will be broken of those who don't know how
(uit "Chest of drawers")

En u dacht dat Prins Filip al een taaie was. Ha!

Maar goed, even serieus nu. Een Jehova die dezelfde boodschap zou verkondigen, zouden we met veel plezier de deur tegen de neus gooien. Edwards daarentegen is zowel onder de believers als onder de non-believers erg geliefd. De man weet dan ook hoe hij zijn boodschap moet inpakken.

Muzikaal klinkt Woven Hand nog steeds als gothic country-rock, het soort metal waarvan we blij zijn dat 14-jarige bakvissen ze nog niet ontdekt hebben. Zelfs in de rustiger nummers vinden we een verbetenheid en oprechtheid terug die weinig artiesten gegeven is. Edwards' stem boeit, bindt en blijft naspoken in je hoofd. Edwards draagt de boodschap van God en de stem van de apocalyps.

Indien het nog niet eerder het geval was, heeft David Eugene Edwards met "Consider the Birds" zijn plaatsje in de hemel wat ons betreft verdiend. Hopelijk mag hij ons, zondaars, naderhand in het vagevuur de les komen spellen.

Labels: ,

William Elliott Whitmore - Ashes to Dust

Het leven en lijden van een boerenzoon.
3.6/5



William Elliott Whitmore, beste mensen, is 26 jaar en afkomstig van Middle of Nowhere, USA. Zijn jeugd bracht ie als boerenzoon door in uitgestrekte velden zonder veel leeftijdsgenootjes of afleiding. De natuur was zijn vriend en boeren zijn geloof. Poëtisch, nietwaar?

Maar de realiteit lag anders. Op de leeftijd van 18 had William reeds beide ouders verloren en stond hij helemaal alleen op de wereld. Zoals bij vele anderen bleek de muziek zijn redding. Zijn songs werden het ideale middel om zijn duivels en demonen uit te drijven en dat laat zich ook merken in titels als "The day the end finally came", "Diggin' my grave" en "The Buzzards won't cry".

De Mississippi stroomt niet enkel door zijn hometown maar ook door zijn aderen. Whitmore zingt de blues zoals enkel oude zielen dat kunnen. Denk aan een iets minder krakende en blaffende Tom Waits die over de katoenvelden dwaalt. De schaarse instrumentatie (banjo, slidegitaar, accordeon) dient enkel om de contouren van de stem en de sfeer wat bij te kleuren. Het lijkt wel alsof men de warmte en gezelligheid van de backporch in een fles heeft gevangen en in je oor gegoten.

Whitmore vat zichzelf mooi samen in "Midnight"
Well the bluebird can sing,
but the crow's got the soul

Elke vogel zingt zoals ie gebekt is. In Whitmores geval gaat het om weinig vrolijke dingen, die niet nalaten je te raken. "Lift my jug (Song for Hub Cale)" is de enige song die beschikt over een portie levenslust. Niet zo verwonderlijk als je weet dat de song is opgedragen aan Hub Cale, een zwerver die indruk maakte op een destijds jonge William, en in diens ogen alles wat vrij en zorgeloos is, voorstelt.

In het slotnummer "Porchlight" waart de geest rond van zijn overleden vader en de spiritualiteit van de boerenstiel:
Even though a memory is all I will be
would you leave the light on for me

Voortaan laten ook wij het licht aan.

Labels: ,

Waldorf - Waldorf

Na de salade nu ook het debuutalbum.
3.6/5



Laten we om te beginnen er eerst een chronologisch overzichtje tegenaan gooien:
2001 - Wolfgang Vanwymeersch schuimt de Gentse scene af op zoek naar gelijkgestemde zielen
2002 - Waldorf brengt een eerste EP uit
2005 - Waldorf brengt hun debuut uit

Wiskundig geschoolden zullen ongetwijfeld het gat van 3 jaar in dit kort overzicht opmerken. Zijn we een stuk van hun perstekst vergeten overpennen of hebben ze bij Waldorf gewoon op hun lui gat gezeten? Geen van beide is waar. De groep tourde uitgebreid doorheen Europa in die periode en mocht onder andere fans van Suede en Enon opwarmen.

Toegegeven, hun debuut heeft wat op zich laten wachten maar laten we niet vergeten dat een eerste indruk altijd belangrijk is. En die eerste indruk mag redelijk succesvol genoemd worden. Op goedgeluimder dagen zouden we zelfs het woord "sterk" in de mond nemen.

"Waldorf" bevat 13 voornamelijk rockende songs. De heren laten met veel plezier hun gitaren rollen zonder daarbij de rest van de song in de verdrukking te duwen. Nu eens doen ze ons denken aan Queens of the Stone Age, een andere keer lijken ze weer de reïncarnatie van het ter zielen gegane (en Belgische) The Romans.

Bij de eerste beluisteringen werd onze aandacht vooral getrokken door songs als "Mama said", "Catch 24" en het poppy "I didn't know what I was searching for". De andere songs daarentegen vroegen wat meer tijd om zich onder onze behaarde schedel te nestelen maar eens ze er zaten, was het merendeel er moeilijker buiten te jagen dan tooghangers in hun stamcafé.

Niet alle songs zijn even catchy en/of origineel dus kom ons niet met de vinger wijzen indien achteraf blijkt dat u uw geld liever aan een DVD van Geert Hoste had besteed. Zelf kunnen we echter met de hand op het hart zweren dat onze crap meter geen enkele keer in de gevarenzone terechtkwam. Volgens ons hoort u nog wel van hen.

Labels: ,

The Strokes - First Impressions of Earth

Ook de derde maakt indruk
4.1/5



De fysische wetten van actie en reactie gelden ook in de muziekwereld. Zo bevrijdden The Strokes in 2001 de wereld van nu-metalitis met hun debuut "Is This It?", een op Velvet Underground gestoelde terugkeer naar de garagesound van de sixties. In het kielzog van deze redders van de rock volgde echter een stroom aan gelijkaardige "The"-groepjes, wat samen met hun meer van hetzelfde bevattende opvolger "Room On Fire" leidde tot een zekere garage fatigue. Het was dan ook uitkijken welke kant de New Yorkers zouden opgaan op hun derde album.

Voor een derde keer op rij zit Gordon Raphael achter de knoppen en "You only live once", dat de plaat mag openen, lijkt bij de eerste noten niet de indruk te wekken dat er veel veranderd is. Bas, drums en gitaar leggen de lijnen uit waarbinnen Casablancas zijn ding mag doen. Het valt evenwel op dat Casablancas' stem deze keer meer naar de voorgrond werd geschoven waardoor men een rauwer en scherper geluid uit de mix heeft verkregen.

In de adrenalinestoot "Juicebox" wordt de spanning stevig opgebouwd door het nerveuze spel van bas en drums, vooraleer alle energie wordt losgelaten in het refrein. Het valt niet te ontkennen dat het gevoel van depressiviteit doorheen het hele album sluimert en Casablancas probeert dan ook zijn criticasters voor te zijn in "Heart in a cage". "And I don't write better when I'm stuck in the ground" gooit ie eruit alsof ie de discussie al genoeg gevoerd heeft.

We hebben al rare dingen gehoord in ons leven maar The Strokes die samen met Barry Manilow in "Razorblade" aan het zwembad een eindje wegkeuvelen over zelfmoord, het is niet iets wat we nog verwacht hadden mee te maken. Het verbaast trouwens hoeveel joie de vivre dit nummer lijkt uit te stralen. "On the other side" scoort daarentegen minder op dat vlak (en alle andere) door een te zwak afgeleverde misantropische tekst. Levensmoeheid levert niet altijd even sterke nummers af, beste Julian.

"You know what to change but not in what way" weerklinkt het in "Vision of division", het ideale nummer om wat frustraties van je af te schreeuwen. Daarop volgt het ongetwijfeld meest onbegrepen nummer van de plaat, "Ask me anything". Het is net iets te gemakkelijk om iemand die "I've got nothing to say" bijeenzeurt op basis daarvan de mond te snoeren, zeker als die persoon de wereld duidelijk probeert te maken dat hij er geen behoefte aan heeft de spreekbuis van een generatie of van de wereld te zijn.

Fab Moretti brengt op "Electricityscape" de nodige schwung terug in het album met een reeks strakke meppen. "I swear I'll give it back tomorrow but/For now I think that I'll just borrow/All the words from that song/And all the chords from that other song/I heard yesterday". Spijtig genoeg draaide men die dag iets mindere nummers, wat ons 2 zwakkere nummers als "Killing lies" en "Fear of sleep" oplevert, waarvan eerstgenoemde iets verdachts doet met Tom Jones en laatstgenoemde Iggy Pop wat lijkt op te vrijen.

Met "15 Minutes" zet men terug een stap in de goede richting, ook al heeft Shane McGowan laten weten dat ie zijn nummer terug wil. Mogen we het Britse muziekwereldje trouwens attent maken op de lijnen "Cause today they'll talk about us/And tomorrow they won't care". Een verwittigd man is geen hype waard, nietwaar?

Met "Ize of the world" zijn we bij het hoogtepunt van het album beland. Op efficiënte sloganeske wijze legt Casablancas de perverse mechanischmen bloot die we in onze huidige maatschappij maar al te gemakkelijk accepteren.
A desk to organize
A product to advertise
A market to monopolize
Movie stars to idolize
Leaders to scandalize
Enemies to neutralize
No time to apologize
Fury to tranquilize
Weapons to synschronize
Cities to vapor-

En daar spat de song uit elkaar alsof de bom werkelijk gevallen is. "Ize of the world" is zo een dijk van een nummer dat New Orleans wou dat ze er al zulke hadden staan voor de komst van Katrina. "Evening Sun" en "Red Light" zijn tot slot aardige songs die zich jammer genoeg at the wrong place at the wrong time bevinden.

Had er een plastisch chirurg mee in de studio gezeten, de man zou hier en daar ongetwijfeld wat weggesneden en van plaats veranderd hebben. Ons hoor je evenwel niet klagen over de kleinere imperfecties van dit album. "First Impressions of Earth" is een plaat die best mag gezien worden. De rockwereld hoeven ze misschien niet meer te redden, maar met dit album weten The Strokes voor 2006 de lat meteen hoog genoeg te leggen. Het is nu aan de rest om zich te bewijzen.

Labels: ,

The Dears - No Cities Left

Canada zendt zijn zonen uit. Met hun melodieuze en gelaagde poprock proberen Murray Lightburn en de zijnen het nu ook over de grote plas.
3.6/5



Bij het Canadese "The Dears" valt al snel te zeggen waar ze de mosterd halen: The Smiths en de Blur uit de pop-hoogdagen zijn nooit ver weg. Gelukkig heeft het album meer te bieden dan dat.

"No cities left" trekt zich op gang met de single "We can have it". Het nummer begint ingetogen tot er halverwege wordt plaatsgemaakt voor een optimistische noot, voortgedreven door een up-tempo ritmebegeleiding. Op het einde van het nummer is er echter het besef dat sommige dingen nooit meer hetzelfde zullen zijn. Deze thematiek vinden we ook terug in de rest van de songs. Dit is een album over het niet willen loslaten van de wereld die men liefhad.

Morrissey klinkt het duidelijkst in "Lost in the plot" en "Don't lose the faith". "The second part" is een nummer waarvan wij hopen dat Bent Van Looy er ook nog zo'n paar in zijn schuif heeft liggen. De A-kant van het album eindigt met het nummer "Expect the worst coz she's a tourist" dat voortdrijft op een lekker strijkersthema dat na een korte climax plaats moet maken voor een zweverige begeleiding zoals we die in een iets minimalistischer vorm zouden kunnen verwachten bij Air. Tot slot wordt er nog een jazzy einde aan de song gebreid door de toevoeging van enkele blazers.

De B-kant van het album (hoe raar dat ook moge klinken voor een cd) wordt op gang geblazen door de dissonante klanken in het begin van "Pinned together, falling apart". Al snel ontpopt de song zich echter tot een traag nummer over ontkenning. Ook "Never destroy us" loopt daarvan over. "Warm and sunny days" heeft zijn titel niet gestolen en straalt een muzikale zomersheid en luchtigheid die nogal zeldzaam is op dit album maar niettemin welgekomen. De echte parel van dit album is echter "22: the death of all romance" waar Lightburn en Yanchak elk een deel van de zang voor zich nemen en de confrontatie met elkaar aangaan. Daarna volgt nog het duistere grotendeels instrumentale "Postcard from purgatory" (niet verwonderlijk met die titel) en als afsluiter is er nog "No cities left" waarin Lightburn voor een laatste maal de hoop levend probeert te houden
Let's just keep fighting
The end of the world
We will hold hands and
We will make plans
For life.

"No cities left" is geen wereldschokkend album, daarvoor kruipt het wat te dicht aan bij hun grote voorbeelden. Niettemin kent het album weinig zwakke momenten en staan er zeker een paar nummers op die het verdienen gekoesterd te worden.

Labels: ,

Sufjan Stevens - Illinois

Nog 48 staten te gaan voor de man met de banjo
4.6/5



Bij de Oude Grieken werd muziek beschouwd als de kunst van de Muzen, de stem van de goden die tot ons sprak in zang en dans. Groot is het verschil met onze huidige tijden. Muziek is een industrie geworden, een economische tak waarbinnen de artiesten werken. Muziek maken is deels gerationaliseerd en gekanaliseerd. we kijken dan ook allang niet meer op van een conceptplaat. Maar daar waar anderen stoppen, gaat Sufjan Stevens verder. Hij heeft zelfs een concept voor zijn conceptplaten: het "50 States"-project.

Sufjan Stevens laat zich voor het eerst opmerken in 2003 met zijn derde album, "Greetings from Michigan: the Great Lakes State". Het album vormt de start van zijn beruchte "50 States"-project, dat de bedoeling heeft om aan elke Amerikaanse staat een album te wijden. In 2004 echter brengt Sufjan het ingetogen - en mogen we toevoegen, zeer magnifieke - "Seven Swans" uit. Het geloof in het prestigieuze project gaat aan het wankelen en voor velen lijkt het slechts een goedgeslaagde grap te zijn. Zomer 2005, en voor ons ligt een album met de schreeuwerige titel "Sufjan Stevens invites you to: Come on feel the ILLINOISE". De tweede staat is een feit.

"Michigan" was een logisch startpunt voor Sufjan, vermits het de staat is waar hij geboren werd en opgroeide. Maar hoe vat je een staat waar je nauwelijks een band mee hebt in een album? Sufjan las boeken, doolde door bibliotheken en ging delven in de rijke geschiedenis van Illinois. Hoe analytisch deze aanpak ook mag lijken, het eindresultaat mag er zijn, want op geen enkel ogenblik voelt dit album aan als een schoolopdracht.

Opener "Ufo sighting" laat meteen merken dat "Illinois" uitgaat van een singer/songwriter-aanpak waarrond een volledig mini-orkest is opgebouwd. Een opsomming van alle instrumenten zou ons te ver leiden, maar de multi-instrumentale Sufjan neemt zelf al zo'n twintigtal instrumenten voor zijn rekening. Faut le faire!

De zon gaat op in Illinois ("Black hawk war") en Sufjan richt zijn blik op Chicago. "Feel the Illinoise" weet de sfeer te vatten met zijn jachtige begeleiding en kwetterende stemmetjes, om vervolgens uit te monden in een harmonieus en rustig einde. Het album mag dan wel rond de staat Illinois draaien, er blijft ook genoeg ruimte voor persoonlijke perceptie, zoals bijvoorbeeld in "John Wayne Gacy, Jr.":
And in my best behavior
I am really just like him
Look beneath the floorboard
For the secrets I have hid

Kippenvel op onze armen, en niet enkel omdat we allemaal een beetje een psychopatische clown zijn. "Jacksonville" vervolgens klinkt als folky Lamchop. Enkele korte songs later gooit het album zijn beste troeven op tafel: "Chicago", "Casimir Pulaski Day" en "Metropolis" is een hattrick van jewelste.

Nummers als "Prairie fire" en "Predatory wasps" passen in de klassieke poptraditie: harmonieuze zang, geserveerd op een wolkje van glockenspielen en andere belletjes. "Night zombies" moet het dan weer hebben van een snedige viool; ons hoofd eraf als het later nooit opgepikt wordt als sample in een hiphopplaat. Ook in de slotnummers weet Sufjan het kwaliteitspeil hoog te houden, zie bijvoorbeeld "The tallest man, the broadest shoulders" met zijn aanstekelijke "Up With People"-handklapjes.

Zelfs zonder Superman op de afbeelding van de hoes komt u niet bedrogen uit met dit album. "Illinois" is een indrukwekkend album geworden, breed van aanpak en warm van klank, waarop Sufjan Stevens ten volle zijn talent als schrijver en als muzikant heeft kunnen botvieren. Naar wat we vernomen hebben, doet hij momenteel al onderzoek voor de staten Rhode Island, New Jersey en Oregon. Of ie ooit alle 50 staten zal kunnen afwerken, is nu nog niet aan de orde, maar als hij ze aan deze kwaliteit kan blijven afleveren, dan doet het uiteindelijke aantal er voor ons niet toe. We willen de concurrentie niet te veel schrik aanjagen, maar van "Illinois" weten we nu al dat ie het hoog gaat schoppen in ons eindejaarslijstje. In de tussentijd hopen we dat Helmut Lotti zich geen gekke ideeën in het hoofd haalt.

Labels: ,

Spinvis - Dagen van Gras, Dagen van Stro

Songs met klasse, album van niveau
3.9/5



Het leven begint pas op je eenenveertigste, althans zo voor Erik de Jong, beter gekend onder de naam Spinvis. Na in zijn jonge jaren in verschillende groepjes te hebben gespeeld, werd muziek voor de Jong iets voor op zijn hobbykamertje, totdat hij in 2002 zijn experimentele knip- en plakwerk onder de vorm van een debuutalbum kwijt kon. Met zijn onsamenhangende teksten en parlando vol twijfels wist de Jong vele harten te veroveren. Op zijn nieuwste album pakt hij ongeveer met dezelfde troeven uit. "Dagen van Gras, Dagen van Stro" is echter geen gemakzuchtige kopie geworden van debuut "Spinvis".

Onder invloed van zijn live-optredens heeft de Jong voor een andere aanpak gekozen. Deze keer kroop hij tesamen met zijn begeleidingsgroep de studio in, wat leidde tot een gevarieerder en uitgebreider geluid. Dat neemt niet weg dat de sound herkenbaar blijft en er nog ruimte wordt gelaten voor experiment. Meer als op het vorige album speelt de Jong met taal en gebruikt hij ritme en woordklanken om dynamiek in zijn songs te stoppen. Björk zou "Flamingo" vast wel weten te appreciëren, net als "Lotus Europa", een 11-minuten durende mijmering die jazz- en triphopinvloeden aan spoken word koppelt.

De toevoeging van de muzikanten geeft de Jong de kans om soms helemaal uit de band te springen, zoals op "Kom in de cockpit", een song die in Nederland qua opgewektheid enkel overtroffen kan worden indien het volledige Sesamstraat aan de partydrugs gaat. Aanstekelijk en uitbundig als de song is, toont het eveneens aan hoe beperkt de zangcapaciteiten zijn van de Jong. Het zijn dan ook de nummers waar het tempo lager en het aantal dagdagelijkse observaties hoger liggen, zoals in "Aan de oevers van de tijd" en "Het voordeel van video", die de plaat tot op een hoger niveau tillen.

Jong geleerd, oud gedaan? "Dagen van Gras, Dagen van Stro" bevestigt alleszins dat "Spinvis" geen gelukstreffer was. Onze noorderburen hebben er weer een speler bij die weet hoe te scoren. Geen wonder dus dat ze zich wisten te plaatsen voor het WK voetbal.

Labels: ,

Sole - Live From Rome

Matige plaat van Anticons mede-oprichter
3.1/5



Sole (né Tim Holland) stond in 1998 mee aan de wieg van Anticon, een hiphopcollectief dat een progressieve stijl onderschrijft die doorgaans het label "avanthop" krijgt opgeplakt. In 2004 ruilde hij Amerika in voor Spanje, wat geenszins betekent dat hij niet langer zijn licht laat schijnen over the American way of life.

"Live from Rome" schiet uit de startblokken met "Cheap entertainment":
I'm not anti-anyting,
I'm anti-everything,
It fits better.

Als intentieverklaring kan dit uiteraard tellen. Sole heeft dan ook genoeg doelwitten om zijn verbale pijlen op te richten: kapitalisme, individualisme, het christendom en verscheidene andere kwalen van deze en vroeger tijden. Je ziet het, bij Anticon weten ze nog altijd hoe een doosje maatschappijkritiek open te trekken. Het spreekt voor Sole dat ie de nodige zelfrelativering in zijn songs weet te stoppen waardoor hij weinig hautain overkomt.

De boodschap staat centraal bij Sole en als vanouds valt daar weinig over te klagen. Spijtig genoeg evenaren de beats niet hetzelfde niveau en daardoor durft, net zoals in tijden van oorlog, het spervuur na een tijdje wel afstompend te gaan werken.

Dat neemt niet weg dat, wanneer alles goed zit, alles ook daadwerkelijk goed zit. "Locust Farm" is daar een goed voorbeeld van, ook al klokt de song onder de 2 minuten af.

Pas op de tweede helft van het album lijkt alles op zijn plaats te vallen. Enkel "Manifesto 232" dreigt halfweg onderuit te gaan. Maar daarnaast krijg je 8 degelijke songs, gaande van zeer minimalistisch in structuur tot zeer weird. Of wat dacht je van "On martyrdom" dat halverwege plots een catchy T. Raumschmiere neerzet?

Hoogtepunt van de plaat is "Theme" waarin Sole de huidige tijdsgeest en wereldorde op de korrel pakt:
There will be no records or ticket stubs when voting goes electronic
The only thing democratic is they pick who we bomb
Why'd we bomb Saddam?
We could have bombed Ariel Sharon

Tot slot waagt hij zich nog aan een partijtje zelfanalyse in "Drive by detournment".

"Live from Rome" is een tweeledig album geworden, eentje met goeie beats en eentje zonder. Alle teksten vind je mooi terug in het boekje zodat de boodschap zeker niet verloren gaat. Als het echter op de muziek aankomt, zal je skiptoets handig van pas komen om het kaf van het koren te scheiden.

Labels: ,

Sigur Ros - Takk...

Sigur Ros bedankt ons op gepaste wijze
4.2/5



We moeten daar heel eerlijk in zijn, Sigur Ros heeft het ons nooit gemakkelijk maakt. Alsof we de IJslandse taal nog niet slecht genoeg beheersten, moesten ze zonodig een eigen taaltje uitvinden, het hopelandic. Hun derde album droeg noch albumtitel, noch songtitels (of hoe dacht u misschien ronde haakjes uit te spreken?). Bovendien hadden we altijd de grootste moeite om de schoonheid van hun muziek in woorden te vatten. Gelukkig lag het niet aan onze beperkte woordenkennis, want iedereen rondom ons bleek met hetzelfde probleem te kampen.

"Takk..." is het vierde album van deze getalenteerde IJslanders en om ons een plezier te doen, hebben ze het deze keer iets conventioneler gehouden. Zo hebben alle songs weer titels en heeft zelfs de albumtitel een betekenis. Takk laat zich immers vertalen als "Bedankt", en dat terwijl wij de mensen van Sigur Ros dienen te bedanken, want wat hebben ze weer knap werk afgeleverd.

Het nummer "Takk..." geeft ons de kans om nog even vanalles wat ons zou kunnen afleiden tijdens de beluistering aan de kant te leggen, en om er dan eens goed voor te gaan zitten want daar heb je "Glósóli" al. Alles lijkt peis en vree, maar terwijl Jonsi ons met zijn hoge sirenenzang doet wegdromen, bouwt de onrust op in de achtergrond. Zo'n 4,5 minuten ver in de song doemt er plots een wall of sound van jewelste op, waarin zijn stem lijkt te verdrinken. Wanneer die stem op het laatste nog als enige overeind blijft, dan weet je dat je zonet het eerste hoogtepunt van de plaat overleefd hebt.

"Hoppípola" - met "Með Blóðnasír" als appendix - lijkt verdacht veel op een gewone popsong, maar slaagt er niettemin in met ouderwetse belletjes en blazers hemels te klinken. "Sé Lest" is dan weer natuurlijke stilte in klanken gegoten, met een briesje dat wat carrouselmuziek onze kant opblaast.

"Sæglópur" begint lieflijk, alvorens ondersteboven gelopen te worden door een horde trollen, en uiteindelijkt in een zee van stilte te eindigen. Het is een aanpak die we wel meer aantreffen bij Sigur Ros, maar buiten de buitenaardse schoonheid hebben deze songs meestal weinig met elkaar gemeen. Het verwordt immers nooit tot een formule. Daarvoor is er te veel variatie, zijn er te veel emoties die uit te drukken vallen binnen het vocale en muzikale spectrum. En zelfs wanneer de muziek niet opbouwt naar een climax, zoals in "Andvarí" of "Heysátan", blijven de songs boeien.

Met "Takk..." bewijst Sigur Ros nog maar eens heer en meester te zijn in het kleine stukje muziekwereld dat ze voor zichzelf geschapen hebben, en waarbinnen geen regels van onze aardse wereld van toepassing zijn. Wat ze ook mogen zingen, verstaan doen we hen niet, maar begrijpen wel, alsof we hetzelfde voelen.

Labels: ,

Rumplestitchkin - Somersault

Niet slecht als tussendoortje
3.2/5



McDonalds. We weten niet hoe het met u zit, maar ook al weten we dat er genoeg andere (en betere) alternatieven zijn, dat hun brede gamma van producten enkel dient om te verdoezelen hoe beperkt de keuze is en dat er niets speciaals is aan het beleggen van een broodje, niettemin springen we er op tijd en stond wel eens binnen. Waarom? Omdat het soms toch zo verdomd goed smaakt, meneer.

"Somersault" is het tweede album van het voorheen sterk door pech geplaagde Rumplestitchkin. De tijd zal moeten uitwijzen of ze eindelijk de manier gevonden hebben om goud te spinnen, maar met dit album zullen ze waarschijnlijk wel bij verschillende mensen de tijdelijke honger weten te stillen.

De ingrediënten van "Somersault" zijn eenvoudig als BigMac. De gitaren en synthesizers maken de hoofdbrok uit als vlees en groenten. De ene beet krijg je al wat meer binnen van het ene dan van het andere, maar over het algemeen blijft het evenwicht bewaard. Net als de zorgvuldig gekozen sauzen vullen flarden elektronica de smaak aan. Wat je uiteindelijk op je bord krijgt, is een aantrekkelijk stukje pop dat vanalles bevat.

Ons vast McDonalds-ritueel wil dat we steeds met het lekkerste beginnen en de groep schijnr van dezelfde aanpak uit te gaan. "Wake up call" doet ons het water in de mond krijgen en een grote hap later bijten we al gretig in "Far out, quickly one", dat als een partijtje armworstelen klinkt tussen Ghinzu en Hot Hot Heat. Ter verfrissing slurpen we eventjes aan "Hush hush".

Genoeg zout maar iets te weinig smaak, is wat ons stoort aan frieten en songs als "Solo" en "Go crazy". Niet geheel ongevoelig voor modeverschijnselen (slaatjes! vegetarische schotels!) wordt hier en daar al eens een song opgehangen aan een Franz Ferdinand-kapstok. Onmiskenbaar is ook de invloed van producer Jeroen Swinnen in "Lucy line" en "So-called". Niet dat we het hem of de groep kwalijk nemen, er mag best wel wat meer Daan in de wereld zijn.

Wie bij McDonalds gaat eten, leert leven met frieten die naar karton smaken en cola naar water. Ook "Somersault" heeft zo zijn portie junk, maar bezit niettemin enkele goeie troeven die velen zullen kunnen bekoren. Rumplestitchkin mag dan wel minder bekend zijn, qua toegankelijkheid hoeven ze niet onder te doen.

Labels: ,

Ray Charles - Genius Loves Company

"Genius Loves Company" geldt als het laatste album dat Ray Charles wist af te werken vooraleer hij het tijdige voor het eeuwige inruilde. Over de doden niets dan goed, maar laat het gezegd zijn dat de man eindigde in schoonheid.
3.7/5



Ook al kennen we sommige artiesten een eeuwige waarde toe op basis van hun oeuvre, zelfs muzieklegendes zijn niet volledig vrij van sterfelijkheid. Ray Charles was spijtig genoeg één van die legendes die dit het afgelopen jaar aan den lijve mocht ondervinden. Ongeacht het aantal postume albums dat ongetwijfeld nog zullen volgen, zal men de muzikale sterkte van Ray Charles onbewust blijven afmeten aan "Genius Loves Company" en gelukkig weet de man te eindigen in schoonheid.

Die schoonheid is trouwens niet enkel de verdienste van Ray Charles zelf. "Genius Loves Company" is een twaalf nummers en evenveel duetten tellend album geworden. De mensen die aan 's mans zijde plaats mochten vatten, zijn niet van de minste. Ray Charles liet zich zowel door schoon volk (Norah Jones, Diana Krall) omringen als door oude rotten in het vak (B.B. King, Willie Nelson, James Taylor, Van Morrison).

Jongelinge Norah Jones mag de spits afbijten met "Here we go again" waarin ze samen met Charles bewijst dat muziek moeiteloos generatiekloven kan overbruggen. Onder aanmoediging van een blazerssectie werkt James Taylor zich tesamen met de man door zijn eigen "Sweet potato pie". Daarna volgt Diana Krall met een iets te gepolijste versie van "You don't know me". Maar goed, het kunnen niet allemaal parels zijn zoals "Sorry seems to be the hardest word". De Elton John-klassieker kreeg een nieuw arrangement aangemeten met een volledige strijkerssectie en de karakteristieke stem van Ray Charles tilt de song nog een niveau hoger.

"Fever" is een cover die niet geheel zonder gevaar is. Niet iedereen zal even tevreden zijn over de groovy vingerknipversie die Natalie King Cole ons hier brengt. Bonnie Raitt blijkt daarentegen de ideale keuze voor een getrouwe versie van "Do I ever cross your mind?", haar stem (en slidegitaarwerk) sluit perfect aan bij die van Ray Charles.

Voor het hoogtepunt van het album werd een heel orkest uit de kast gehaald. Tesamen met vriend en mede-ouwe knar/legende Willie Nelson zet Ray Charles een aangrijpende versie neer van Sinatra's "It was a very good year". "Hey girl" vinden we dan weer een matig nummer maar daar zit Michael McDonalds bariton voor heel weinig tussen.

De rest van het album is bevolkt met enkele waardige klassiekers. B.B. King is uiteraard de geknipte man voor de bluesklassieker "Sinner's prayer", Gladys Knight mag aan de slag met de soul en gospel van de traditional "Heaven help us all" en Johnny Mathis mag de Judy Garland-klassieker "Over the rainbow" voor zijn rekening nemen. Tot slot is er nog de live-versie van "Crazy love" die Ray Charles tesamen met Van Morrison bracht op de awardsuitreiking voor de Songwriters Hall of Fame.

"Genius Loves Company" is een album geworden dat niet teleurstelt. Zowel de keuze van de nummers als van de samenwerkingen zorgen ervoor dat het album een geslaagd project is. Kritisch als we zijn, kunnen we natuurlijk opmerken dat er soms wel wat te sterk op veilig werd gespeeld maar buiten ons tegendraadse zelve zal zich daar waarschijnlijk niemand aan storen. "Genius Loves Company" bezit de kracht en liefde van de stem die Ray Charles kenmerkte en mag als een waardige afsluiter beschouwd worden van 's mans lange en invloedrijke carrière.

Labels: ,

Plant Life - The Return of Jack Splash

"File under OutKast!" kregen wij te horen van de archivarissen der muziekwereld maar daar wouden we eerst zelf onze mening over vormen.
3.9/5



Welgeteld 31 seconden duurt "Jack's back" dat zowel als intro als intentieverklaring dient.
Fuck their lies and fuck these wars
I put my thing on twenty-fours
I love these queens but fuck these whores
I'm back

Jack Splash is terug en we zullen het geweten hebben.

Plant Life - de groep die opgebouwd is rond Jack Splash, Panda One, Dena Deadly en Rashida - slaagt erin op hun debuutalbum de soul en funk te doen herleven alsof de gouden jaren nooit zijn weggeweest. Veel moeite moet men niet doen om te weten te komen welke artiesten hen beïnvloed hebben, ze worden mooi opgesomd in "The last song" (George Clinton, Prince, Sly & the Family Stone,...).

De liefde in al zijn facetten loopt als een rode draad doorheen het album, van de eerste verleidingsstappen ("Appreciate", "We can get high") tot liefdesperikelen ("Why'd U call me?") tot het leven na de breuk ("Beautiful babies", "Precious heart"). Daarnaast predikt Splash ook de universele liefde in songs als "Got2get2gether4luv" en het magistrale "Luv 4 the world (Why they gotta hate)".

"Appreciate" is de themasong voor iedereen die al eens vanuit het donker begeerlijk naar de vrouwen op de dansvloer heeft staan lonken. Net als in de meeste andere songs klinkt Splash als de geboren verleider: sweet, smooth and sexy. Op de tragere nummers gaat het er zoetig aan toe zonder dat het stroperig wordt, de sensualiteit slaat nooit over in sentiment.

Hoewel OutKast en N.E.R.D. soms om de hoek komen kijken, voelen de songs meer retro aan dan die van hun tijdsgenoten. Gedateerd klinkt het echter niet. De mix van funk, soul en disco klinkt fris en aanstekelijk.

"I got heart and soul, and girl I got a lot" zingt Splash in "We can get high". De man liegt niet.

Labels: ,

Nona Mez - Out of Touch

Meer dan enkel grijstinten
3.7/5



Dagboekpoëten die op hun kamertje over hun gitaar gebogen zitten. Eenzaten die hun ziel blootleggen bij het getokkel op de snaren. Somber voor zich uitstarend in de wetenschap dat de tijd niets heelt. Singer/songwriters hebben niet enkel met zichzelf, maar ook met een stapel clichés af te rekenen. Een mens zou van minder zwaarmoedig worden.

De eerste cd van Nona Mez gaat aan het rollen in 2002. Het debuut "Songs of Leaving" wordt al een jaar later opgevolgd door "Cast in Concrete", twee donkere platen die niet enkel goed op uw kast passen maar ook in de cd-speler hun waarde bewijzen. Enigzins gebonden aan zijn eenmansonderneming verzamelt Geert Maris enkele muzikanten om zich heen om zijn songs wat vrijer in te kleuren. Het resultaat vinden we terug op deze "Out of Touch".

Bitterzoet blijkt nog steeds de favoriete smaak van Nona Mez te zijn. Maris' stem past prima binnen de verzorgde omkadering die Peter Pazmany (toetsenist), Davy Deckmijn (gitaar) en Bart Van Lierde (basgitaar) voor hem uittekenen. Wat we voorgeschoteld krijgen, is een vlot in het oor liggende warme sound met teksten over spijt, vervreemding en de moeilijke keuzes in het leven.

"Out of Touch" mag dan wel Maris' persoonlijkste plaat zijn, goed genoeg beseft hij de herkenbaarheid van zijn songs bij zijn publiek. Zo stuurt hij ons op "Obsolescence" de nacht in met volgende woorden:
If your chance comes around, take it
If something holds you down, chase it
Out of your dreams and try
To make it
Make it
Go on

Graag hadden we ook nog op uitstekende songs als "Drifting", "Backspaced" en "Finals for dropouts" gewezen, maar we willen niet te zeer de indruk wekken dat dit een singlesalbum is. Het zou de plaat enkel onrecht aandoen.

Op zijn sterkst bezit "Out of Touch" de kracht van het paard van Troje: op klaarlichte dag lijkt er weinig opzienbarends aan de hand, maar eens het donker wordt weet de inhoud je te overmeesteren.

Labels: ,

Nine Inch Nails - With Teeth

Reznor gromt wat stiller, maar bijt daarom niet minder
3.8/5



Het moge een eeuwigheid zijn in de muziekwereld, maar Trent Reznor neemt nu eenmaal de tijd voor zijn albums. Net als je denkt dat je er nooit meer van gaat horen, komt ie op de proppen met nieuw werk. Zes jaar na de dubbelaar "The Fragile", die op gemengde reacties kon rekenen, krijgen we nu "With Teeth" voorgeschoteld.

"All the love in the world" slaagt erin je van bij het begin op het verkeerde been te zetten. Deze trage mantra met de kenmerkende NIN-noise en drums, ontpopt zich halfweg tot een gezellige rockdiscostamper. Dave Grohl mag daarna echter onmiddellijk een potje drums opentrekken in de brok zelfhaat en agressie die "You know what you are" is. Eens een Trent, altijd een Trent.

"The Collector" is noch goed, noch slecht, en bijgevolg nauwelijks het vermelden waard. Nee, dan zetten we liever een boompje op over "The hand that feeds", de meest radiovriendelijke Reznor sinds ooit. We horen die hards morren en geen enkele discussie hieromtrent wordt dezer dagen nog aangesneden zonder de term "trop commercial" in de mond te nemen, maar de song is catchy en toch 100% Nine Inch Nails.

Voorganger "The Fragile" lijkt wel zeer nabij op "Love is not enough" en "Every day is exactly the same". Betreden paden bieden nu eenmaal minder garantie op spanning en avontuur. Gelukkig is er "With teeth", titeltrack en tegelijkertijd articulatie-oefening, dat je langzaam besluipt vooraleer een hap uit je keel te nemen.

"Only" klinkt zo eighties dat het bijna fout is, maar toch half fantastisch. "Getting smaller" dan is dé Foo-factor van de plaat, rock met ballen in overdrive, terwijl "Sunspots" ons sterk aan Millionaire doet denken. Met wat goeie wil herkennen we zelfs een vlaag Joy Division in "The line begins to blur".

De metronoom in "Beside you in time" lijkt de zelfbeheersing voor te stellen die Reznor zichzelf oplegt terwijl hij in alle stilte verder schreeuwt. En zelfs al zou dat niet kloppen, dan nog lijkt het ons een mooi beeld.

Van mooi, mooier naar mooist. Zo komen we bij "Right where it belongs" terecht, dat unieke moment op de plaat waar het niet de cd-speler is die even hapert, maar wel ons hart dat een slag overslaat en onze adem die in onze keel stokt.
What if everything around you,
Isn't quite as it seems?
What if all the world you think you know,
Is an elaborate dream?

De woorden lijken op papier misschien weinig kracht uit te stralen, maar wacht maar tot je ze in je hoofd hoort weerklinken. Met "Home" als bonustrack zit het album erop.

"With Teeth" borduurt verder op de weg die met "The Fragile" werd ingeslaan. Hoewel dit album toegankelijker klinkt, en voor sommigen te weinig avontuurlijk, slaagt Reznor er toch in om in je hoofd te geraken. Waarschijnlijk merk je het niet na de eerste beluistering, de tweede of de vijfde, maar na een tijd zetten deze songs zich met hun geniepige weerhaken vast in je hoofd. Wie meerdere draaibeurten aan "The Fragile" gespendeerd heeft, weet vast wel wat we bedoelen. Wie niet overtuigd is, kan al langzaamaan beginnen aftellen tot het volgende album, we schatten zo rond 2010.

Labels: ,

Nick Cave & the Bad Seeds - Abattoir Blues / The Lyre of Orpheus

Reeds een jaar na Nocturama komt Nick Cave met nieuw werk op de proppen, een dubbelaar dan nog wel. Volgens onze telling van reguliere studio-albums zitten we ondertussen aan het magische nummer 13 en reken maar dat het magisch is.
4.4/5



Velen zullen met een bang hartje uitgekeken hebben naar de nieuwe van Nick Cave. Een goeie dubbelaar afleveren is namelijk geen sinecure, veteraan Blixa doet niet langer mee met de Bad Seeds en dan was er nog sprake van een gospelkoor ook. Als dat maar goed afloopt... jawel.

Abattoir blues

De eerste noten klinken nog maar door de boxen en we weten al dat het goed zit. Opener "Get ready for love" geeft er onmiddellijk een spreekwoordelijke lap op. De Bad Seeds bewijzen dat ze geen Blixa nodig hebben om stevig van jetje te geven en het London Community Gospel Choir geeft de song nog wat extra passie en vuur. Vervolgens mag het ietsjes trager op "Cannibal's hymn". "Hiding all away" heeft dezelfde onheilspellende genen als "Red right hand" destijds en in "Messiah Ward" komt duidelijk de meerwaarde van het gospelkoor naar voor.

"There she goes my beautiful world" is een brok gospel waar men ons op eender welk uur van de nacht voor uit ons bed mag slepen richting kerk. Daarna is het de beurt aan de single "Nature boy", Cave op z'n radiovriendelijkst. Zo'n aanstekelijk "oooh la la la" ondertoontje hebben we niet meer meegemaakt sinds "Make me smile" van Cockney Rebel. Bij "Abattoir blues" valt er weer een lijk terug te vinden voor wie goed genoeg tussen de regels leest. "Let the bells ring" vervult de functie van traditionele hulde aan de uitbater van het hiernamaals. "Fable of the brown ape" tenslotte is het spreekwoordelijke verhaaltje voor het slapengaan.

The lyre of Orpheus

"The lyre of Orpheus" begint met het gelijknamige nummer waarin Cave de Griekse mythologie herschrijft. Hoe grappig ook het feit dat hij "orifice" op Orpheus laat rijmen (adviserende dat Orpheus de lier mag steken waar de zon niet schijnt), niets gaat boven de droge humor die weerklinkt in de zin "God was a major player in heaven". "Breathless" vervolgens klinkt zo luchtig dat je haast over het hoofd zou zien wat een pracht van een lovesong het is. "Babe, you turn me on" is de zondagse versie van de geile Cave en "Easy money" kruipt in je hoofd voor je het goed en wel beseft.

Daarna is het de beurt aan "Supernaturally" of hoe de sfeer van een zigeunertrouwfeest weer te geven in minder dan 5 minuten. "Spell" toont nog maar eens hoe je over de liefde schrijft zonder al te melig te klinken. En dan zijn er tot slot nog "Carry me" en "O children". "Carry me" is te beschrijven met heel wat flatterende adjectieven maar verbleekt in het niets naast "O children". Het slotnummer is van zo'n hemelse en betoverende schoonheid dat het moeilijk is onbewogen te blijven wanneer het gospelkoor de finale treurzang aanheft. Kippenvel verzekerd!

Nick Cave is ondertussen wat ouder en rustiger geworden en lijkt eindelijk zijn draai gevonden te hebben. Ondanks het dubbelaarconcept weet Cave het niveau over de hele lijn te behouden en heb je nergens de indruk dat er vullers of uitschuivers opstaan. Meer zelfs, er staan heel wat pareltjes op en ongetwijfeld enkele klassiekers. Dus als je je platenkast nog eens opruimt, voorzie dan nog maar wat extra plaats onder de letter C want deze hoort er zeker bij te staan.

Labels: ,

My Morning Jacket - Z

De muzikale viersterrensmos
4.1/5



Een hoop reverb en de engelenstem van Jim James. Dat is in essentie de kern van My Morning Jacket. Wie bij My Morning Jacket ook steevast denkt aan alt country vermengd met stevige rockjams, moet misschien zijn mening bijschaven na het beluisteren van "Z". Na 3 albums besloot de groep namelijk van het betreden pad af te wijken, wat resulteerde in een andere sound die niet iedereen even hard zal kunnen bekoren.

"We are the innovators, they are the imitators" valt te horen in opener "Wordless chorus". De groep onttrekt zich aan de gestelde verwachtingen en doet zijn eigen zin. Even vrezen we voor een "Digital ash in a digital urn"-aanpak, maar buiten het eerste nummer vallen er nog weinig elektronica-invloeden te bespeuren. Al heel vroeg geeft de plaat een van zijn beste troeven prijs, "It beats 4 u" is de naam en een Blonde Redhead-arrangement de drijvende kracht achter het nummer.

"Gideon" zal zeker niet onbesproken blijven in kringen waar Coldplay foei is, al moeten we toegeven dat het sowieso niet het sterkste nummer van de plaat is. Iemand heeft de deur laten openstaan op Broadway, want "What a wonderful man" is niets anders dan een portie uitgelaten rock opera.

Om u helemaal in de war te brengen is er "Off the record", dat begint als The Clash die "Pass the Dutchie" spelen, en uiteindelijk uitloopt in een vibe zoals Air die destijds neerpootte op "Moon Safari". Alle gekheid en schoonheid op een stokje, "Into the wood" is een ingetogen stuk hoempapa dat u niet zomaar aan u voorbij kan laten gaan.

Voor wie het noorden helemaal kwijt zou zijn, is er nog enig houvast voorzien op het tweede deel van het album. "Any time now", "Lay low" en "Knot come loose" bevestigen dat de groep er alvast niet op achteruitgegaan is ten opzichte van de vorige albums. En wee de eerste die een slecht woord durft te zeggen over "Dondante", we slaan hem geheid op zijn bek.

In een ver verleden werkte Jim James in een broodjeszaak. Het zal hem heus niet ontgaan zijn dat de raarste combinaties soms tot de beste resultaten leiden. Van ons part houdt u het bij uw dagelijkse broodje salami, "Z" is een muzikale smos geworden waar wij onze tanden met veel smaak inzetten.

Labels: ,

Machiavel - 2005

Het stuk vaderlandse muziekgeschiedenis dat Machiavel heet, blijft doorgaan in 2005 met "2005".
3.1/5



We kunnen het u niet kwalijk nemen als u Machiavel niet kent. De band werd immers opgericht in 1974 en alle communautaire gekheid op een stokje, het zijn Walen en we weten maar al te goed hoeveel moeite het hen kost om over de taalgrens heen bekendheid te verwerven. Niettemin was Machiavel de allereerste Belgische groep ooit die Vorst Nationaal wist uit te verkopen en "Fly" is een klassieker die de meesten wel bekend in de oren zal klinken (echt wel).

Hun lange staat van dienst is deels te verklaren door een lange staat van inactiviteit. De groep viel uiteen in 1983 en wist, ondanks een kleine revival eind jaren '80, de draad pas terug op te pikken in 1996. Anno 2005 krijgen we met "2005" dertien nieuwe tracks van Mario Guccio en de zijnen voor de kiezen en het is maar de vraag hoe het boeltje smaakt.

Het album begint met "Chronic love", een niet onaardig nummer dat net dat vleugje tijdloosheid bezit om het boven andere soortgelijke songs te laten uitstijgen. "Running around" klinkt als Bowie light alvorens te transformeren in kouwe eighties pap. Er worden trouwens wel meer gedateerde truukjes uit de doos gehaald. Zo bedelt "Watching the time" wegens te langdradig tevergeefs om uw aansteker de lucht in te steken. Zelfs met diezelfde aansteker op ons scrotum gericht, blijven we redelijk koel bij "The might is right".

Hoewel de song meer potentieel bezit dan eruit gehaald wordt, lijkt het vanaf "River of shame" de goeie kant op te gaan. Dat rocken geen kwaad kan, wordt niet enkel duidelijk op "Washing their hands", maar vooral op "Ronny runs" waarin de hard rock van Iron Maiden nooit ver af lijkt. "Black snow" doet het vervolgens beter dan ongeveer alles van Muse.

Op de rest van het album duikt Machiavel nergens onder de middelmaat door en met de powerpop van "Hearing the rain" en het - ze waren het ons verschuldigd - progrockige "Roaming with ghosts" krijgt het album een waardig einde.

De titel "2005" dekt niet de lading maar dat zal Machiavel ongetwijfeld worst weten. Tijdloos gaat immers vaak langer mee dan eigentijds en als groep bevindt Machiavel zich in het stadium waar niets meer moet. Met een beetje meer ambitie zat hier nochtans meer in.

Labels: ,

Laura Veirs - The Triumphs and Travails of Orphan Mae

Bella Union redt een prima plaat van de onverdiende vergetelheid.
3.9/5


Het best bewaarde geheim van 2001 is zonder twijfel "The Triumphs and Travails of Orphan Mae", een schijfje dat de voorbije weken niet uit onze speler weg te branden was. Tot voor kort was het album enkel online en on the road te verkrijgen maar Bella Union (het label van onder andere Cocteau Twins, Explosions in the Sky en The Dirty Three) zorgt er met deze re-release voor dat het album net iets gemakkelijker in uw grijpgrage handen terechtkomt.

"Jailhouse fire" trapt de plaat in gang, een up-tempo nummer dat met zijn banjo- en even doeltreffend fluitdeuntje de term "ochtendhumeur" uit ons persoonlijk woordenboek wist te schrappen. "John Henry lives" is dan weer traditioneel en modern tegelijk met zijn americana meets disco en "Orphan Mae" tokkelt een aardig eind weg op banjo.

Ook op de rustiger nummers zoals "Black-eyed Susan" en "Blue ink" is het genieten geblazen. Geen tuinarchitect ter wereld die zo mooi de zomerse prairie in beeld kan brengen. Viool, banjo en steel guitar geven de songs een warm en rustig karakter en de intieme productie nodigt uit om dichter bij de speakers te kruipen als ware het een kampvuur.

"Montague Road" doet wat aardigs met een Tindersticks-arrangement en "Raven marching band" zou perfect tussen het betere werk passen van The Cowboy Junkies. "Movin' along" tenslotte eindigt instrumentaal zodat je nog even de tijd krijgt om het album tot je door te laten dringen vooraleer de algehele stilte intreedt.

Wie zijn Cat Power iets meer zuiders en minder breekbaar lust, is bij Laura Veirs zeker aan het goeie adres.

Labels: ,

John Wayne Shot Me - The Purple Hearted Youth Club

Arcadefiguurtjes en floppy diskettes als symbool voor de fun, eenvoud en hun voorliefde voor gekke geluidjes.
3.5/5



"Intercontinental machines", "The tentacle song", "Let sleeping monsters sleep", "Building robots", "Autopilot collisions", "Wubbo Ockels"...met zulke songtitels kunnen we niet anders dan terugdenken aan onze 10-jarige zelve, bezeten door technologie, fantasie en avontuur. Een tijd dat de grotemensenwereld nog zoveel kleiner aanvoelde dan de wereld in ons hoofd en de grootste verschrikkingen zich onder ons bed bevonden.

John Wayne Shot Me is een lo-fi kwartet uit het Nederlandse Ammerzoden dat met "The Purple Hearted Youth Club" aan hun tweede album toe is. Voor wie zich daar heel weinig bij kan voorstellen, denk aan de leefwereld van Air, haal er alle zweverigheid uit en stop er in de plaats pure fun in.

"The Purple Hearted Youth Club" staat van begin tot einde gevuld met onweerstaanbaar geklooi en gepruts en dat is allerminst pejoratief bedoeld. Orgeltjes, banjo's, gewurgde trompetten...alles kan, alles mag en alles klinkt fris.

Als geen ander heeft John Wayne Shot Me verstaan dat mooie liedjes niet noodzakelijk lang hoeven te duren. De gemiddelde JWSM-song klokt dan ook af in de buurt van 2 minuten. Moest er al een reden zijn tot verveling dan is er alleszins geen tijd voor. Daartegenover staat wel het gevaar dat je als luisteraar het gevoel krijgt dat je een hele tijd aan het snacken bent omdat er niets substantiëlers te vinden is.

Voor de rest zijn we niet zo te vinden voor een zoveelste herkauwing van Buffalo Springfield's bekendste lijn uit "For what it's worth" en een track 99 die voorafgegaan wordt door zo'n 80 songs van 4 seconden stilte is een grap die we nu zo onderhand wel beu zijn. Maar goed, het zijn spielereitjes die we van deze kwajongens nog wel willen tolereren.

"The Purple Hearted Youth Club" is een collectie van 19 lo-fi popharmonietjes en -melodietjes die ons met plezier doen vaststellen dat er nog steeds een klein jongetje in ons huist dat plezier beleeft aan de simple things in life. Was dit album een arcadegame, dan wisten we onmiddellijk wat doen bij het verschijnen van het "Insert coin" scherm.

Labels: ,

Interpol - Antics

"Turn on the bright lights" was een meesterlijk debuut dat ervoor zorgde dat Interpol het tot indie-sterren schopte. De "bright lights" zijn dan ook op hen gericht nu ze hun tweede album uitbrengen.
3.7/5



Lovende kritieken en mond-aan-mond reclame maakten van hun debuut "Turn on the bright lights" een indie-bestseller. Reken daar nog eens bij dat de groep afkomstig is van New York (zie ook The Strokes), doorgaans nogal fashionable gekleed gaat en een zanger heeft die qua stem soms zeer sterk doet denken aan wijlen Ian Curtis en je hebt al snel een hype. Gelukkig zijn we daar in België minder vatbaar voor en hechten we meer belang aan de muziek dan aan dresscodes en fashion statements. En als het op dit album aankomt, mogen we zeker niet klagen.

Interpol stond voor een moeilijke tweede plaat en heeft deze hindernis redelijk succesvol genomen. Als er iets was dat ze met dit album wouden bereiken dan was het alleszins niet om "Turn on the bright lights" simpelweg over te doen. Op dit album klinken ze gevarieerder en lijken ze stilaan hun eigen sound te hebben gevonden.

Net als op hun voorganger valt er op "Antics" op tekstueel gebied soms met de beste wil van de wereld geen touw aan vast te knopen: "If time is my vessel/Then learning to love might be my way back to the sea" (uit "Public pervert"). Het is de aard van het beestje vermoeden we en voor zulke dingen halen we niet noodzakelijk de rode stylo boven.

Op muzikaal gebied klinkt het album gevarieerder, ten dele door Paul Banks die zijn stem deze keer flexibeler weet aan te wenden waardoor er allesbehalve sprake is van monotonie. Het touren voorafgaand aan dit album heeft blijkbaar ook zijn invloed gehad en dit album is meer singles-gericht ("Evil", "Narc", "Slow hands", "C'mere", "Length of love").

De zwakte van dit album ligt dan ook bij de andere nummers. Laat ons niet gezegd hebben dat het slechte nummers zijn, allesbehalve. Ze vragen enkel wat meer tijd vooraleer je ze in de armen sluit en niet iedereen zal dat er voor over hebben. Elk nummer heeft nochtans zijn charmes zoals bijvoorbeeld de tongue-in-cheek van "Not even jail" ("Give some meanings to the means/To your end").

Het nummer "Slow hands" geeft het beste weer hoe de band geëvolueerd is. De tekst grijpt terug naar "Obstacle 1" maar op muzikaal gebied vallen er weinig vergelijkingen te trekken. De evolutie voelt echter natuurlijk aan.

De grootste verdienste van "Antics" is dat het geen "Turn on the bright lights" is. Het is een fijn album dat perspectieven opent voor de toekomst van Interpol en hun plaats in de "bright lights" wat ons betreft rechtvaardigt.

Labels: ,

Hot Water Music - The New What Next

Op hun zesde album "The New What Next" gaan de veteranen van Hot Water Music op zoek naar vernieuwing en komen voor de dag met een geslaagde combinatie van punkrock, emo en alt rock.
3.4/5



Voor dit album deed Hot Water Music voor een derde maal beroep op Brian McTernan om achter de knoppen te komen zitten. De eerdere samenwerkingen resulteerden niet enkel in een goeie opnamesfeer maar ook in een groeiend vertrouwen in elkaars kunnen. De vruchten hiervan zijn ook merkbaar op dit album.

Naar eigen zeggen heeft Hot Water Music getracht elk nummer een eigen stijl en karakter mee te geven. Niet alle songs profiteren even sterk van die aanpak. Zo klinken "Bottomless seas" en "Ink and lead" net iets te ongeïnspireerd, maar voor de rest hoort u ons niet klagen.

Het album opent met "Poison", een nummer dat nogal schatplichtig is aan Bad Religion. Nadien volgt de brok emo "The end of the line". Hun song "My little monkey wrench" valt niet te verwarren met "Monkey wrench" van de Foo Fighters, ook al is het catchy as hell.

Met de nummers "Under everything" en "The ebb & the flow" gaat de band op geslaagde wijze de alt rock tour op (merken we daar een vleugje The Sheila Divine?). "There are already roses" en "This early grave" doen het dan weer goed met enkele karakteristieke punkriffs. Afsluiter "Giver" tot slot zien we het nog zeer goed doen op festivals: een onvervalst punkrocknummer dat gemaakt is voor meezingende, springende en klappende mensenmassa's.

Met "The new what next" heeft Hot Water Music een album afgeleverd dat niet snel gaat vervelen. Het album bevat heel wat aanstekelijke nummers die ons met volle goesting doen uitkijken naar de zomerfestivals.

Labels: ,

Hawai - Gone in a Minute / The Never Changing Bits

Avontuurlijk en experimenteel, het zijn niet onmiddellijk begrippen die we associëren met Kortrijk maar Hawai probeert daar verandering in te brengen.
3.2/5



Aangezien West-Vlaanderen nog steeds gedeeltelijk "terra incognita" is voor ons, gelieve ons te excuseren dat we enkele feiten uit de biografie op de officiële site overpennen.

Hawai is de groep die verrees uit de band Chiva Con Poza, een hard pop swinging blues core band, zo wil de overlevering. Na enkele bezettingswissels met onder andere goed volk van Goose (winnaars Humo's Rock Rally 2002) bestaat de band in zijn huidige vorm uit de volgende personen: Wim Vanwuytswinkel, Hans Corne, Jan Vandenbussche, Kurt Debrabandere en Benoit Geers.

Maar genoeg trivia facts, laten we het eens over de muziek hebben. Hawai tapt uit verscheidene vaatjes maar neigt over het algemeen naar instrumentale jazzrock, zo'n "klikt het niet, dan botst het"-attitude waarbij meestal alles uiteindelijk wel op zijn pootjes terechtkomt. De ene mens zal het tegendraads noemen, andere mensen zullen dan weer spreken van muziek met karakter.

Het album begint met "Smoke it off", een spaced-out rocknummer met punk essentials. Daarna volgt "Burning watch" dat de vibes van een Cake-nummer zonder blazers overneemt en er iets heerlijks poppy van maakt. Goed begonnen is half gewonnen, denk je dan. Helaas zijn de volgende nummers van mindere kwaliteit. "She's plastic" drijft voort op een thema dat net te snel op de zenuwen gaat werken. Bovendien is het nummer nog eens ingesloten door de 2 overbodige spielereitjes "Greatest hits" en "°°".

"Vanessa" pikt gelukkig de draad weer op en klinkt als een muzikaal genie dat zich uitleeft in de keuken op alles wat pot en pan is. "Starlightning blues" begint ook goed maar vergeet halfweg spijtig genoeg welke kant het weer op wou. "Super Jet" is daarentegen net iets te kort om een toiletpauze in te lassen waardoor we maar naar de skip-toets reiken.

Gelukkig kunnen we ons nog opmaken voor een degelijk slot. Zowel het door contrabas en Rhodes voortgedreven "Break a rib" als het funky big band aandoende "Radical pigeon dance" liggen vlot in het oor. "Charming" is groovy en wispelturig zonder dat het de sfeer verpest en tot slot is er nog het pseudo-loungy "Handy chicken clap".

"Gone in a Minute/The Never Changing Bits" heeft zijn ups en downs. Volgens ons zouden sommige nummers beter tot hun recht komen in een EP formaat. Hier lijden ze een beetje onder andere songs die verdrinken in hun eigen wispelturigheid. Niettemin legt Hawai een veelzijdigheid aan de dag die potentieel biedt voor de toekomst. We zijn dan ook benieuwd hoe ze in de toekomst verder zullen evolueren.

Labels: ,

Genesis - Platinum Collection

Met de driedubbelaar "Platinum Collection" probeert Genesis 3 decennia te bundelen in 1 uitgebreid overzicht. Het uiteindelijke resultaat is een goeie benadering van wat we de definitieve verzamelaar kunnen noemen.
3.9/5



"In den beginne" was er niets, zo begint het boek Genesis. De groep Genesis daarentegen begon als een vijftal in het jaar des Heren 1967 terwijl ze hun broek nog sleten op de Britse schoolbanken. Eind jaren '90 viel in alle stilte het doek over de groep die gedurende 3 decennia een hele resem hits wist te scoren.

Mike Rutherford en Tony Banks, niet toevallig de oprichters van de groep, zaten de rit van begin tot eind uit. Frontmansgewijs kunnen we echter 3 periodes onderscheiden. Als eerste was er Peter Gabriel die het schip verliet in 1975. Tweede en meest bekende/succesvolle (schrappen naar eigen oordeel) zanger werd Phil Collins, hun toenmalige drummer die bij de groep was gekomen in 1970. Als laatste en minst bekende tot slot nam Ray Wilson (zanger van het Schotse one hit wonder Stiltskin) plaats achter de microfoon toen Phil Collins in '96 volledig solo en Disney ging.

Voor de spreiding van de songs op de 3 cd's werd redelijk chronologisch te werk gegaan. De allereerste cd omvat alle singles die bekend zijn bij mensen die in de jaren '80 ("Mama", "Land of confusion", "Invisible touch") en '90 opgroeiden ("Jesus he knows me", "I can't dance", "No son of mine") en het verplichte Wilson-nummer "Calling all stations".

Op de tweede cd wordt er dieper gegraven in het Genesis repertoire en vinden we alles terug vanaf het begin van de Collins-periode tot begin jaren '80. Hoe verder men terug gaat in de tijd, hoe meer de pop plaats maakt voor prog-rock totdat men zich uiteindelijk op de derde cd volledig in Gabriel-territorium bevindt. Kers op de spreekwoordelijke prog-rock taart is het bijna 23 minutenlange "Supper's ready". Wie met deze 3 cd's nog niet voldaan is, kan zich nog vergapen aan de bijgeleverde dvd die de videoclips bevat van 32 van de songs.

Voor mensen die enkel bekend zijn met de pop-successen van Genesis en enkel zulk werk verwachten, is deze compilatie ongetwijfeld een stap te ver. Maar op hen is deze compilatie dan ook niet gericht in de eerste plaats. Genesis-fans die ertegen op zien de volledige backcatalogue in huis te halen, kunnen voortaan voor de gemakkelijkste oplossing kiezen en deze verzamelaar in huis halen. Jezelf een kadootje gunnen met nieuwjaar kan heus geen kwaad.

Labels: ,

Eels - Blinking Lights & Other Revelations

Blijvend genieten van andermans miserie
4.4/5



"Life is hard and so am I/You better give me something so I don't die". Met deze enkele woorden installeerde Eels zich 9 jaar geleden knusjes in ons hart om er nooit meer weg te gaan. Mark Everett, alias E, heeft al heel wat klappen mogen incasseren in zijn leven en - excuseer ons ons enthousiasme - maar wat zijn we daar al godverdomme blij mee geweest.

Een jeugdfoto van de moeder van E siert de albumhoes. "Blinking lights" mag dan wel gepercipieerd worden als een persoonlijke plaat, de universele thema's die aan bod komen raken elk van ons.

"Theme from Blinking Lights" is een slaapliedje dat je onmiddellijk in de juiste sfeer brengt voor de hallucinant mooie wereld waarin E ons binnenloodst. "From which I came/A magic world" werpt de eerste zonnestralen op ons gezicht. Over "Son of a bitch" zijn we iets minder positief gestemd, al ligt dat eerder aan het feit dat de eerste downer net iets te snel voor ons komt. "Blinking lights (for me)" begeleidt ons tot aan het eerste meesterwerkje op dit album. "Trouble with dreams" is vintage Eels: klokjes, maracas, orgeltjes en een lekker creepy rock-out gedeelte.

I'm so tired of living
The suicide life
That ain't no reason to live

De song klinkt bijna even opbeurend als de woorden laten vermoeden. "In the yard, behind the church" is kerkhofromantiek in een Mercury Rev-jasje en "Railroad man" legt in een goeie 4 minuten uit uit welk hout E gesneden is. "The other shoe" vervolgens klinkt als de ideale song om de coyotes op uit te laten.

Gejank klinkt ook door in "Last time we spoke", dat ongetwijfeld doet denken aan dat algehele "Electro-shock Blues"-gevoel. "Mother Mary" heeft dan weer dat donkere onderbuikgevoel dat we eerder al terugvonden op "Souljacker". En als we dan toch bezig zijn referenties naar oudere albums te leggen: "Going fetal" is "Daisies of the Galaxy" met Tom Waits in de coulissen. Vandaar af gaat het ingetogen verder tot aan "Blinking lights (for you)", tegenhanger van die andere "Blinking lights".

De tweede cd begint even rustig met "Dust of ages", alvorens het rockgehalte wat op te krikken met het ondertussen bekende "Old shit/New shit". Kort daarna volgt die andere single "Hey man (Now you're really living)" waarin E nog maar eens bewijst te weten wat er in verliefde zielen en hoofden omgaat:

Do you know what it's like to care too much
'bout someone that you're never gonna get to touch

Spijt komt altijd te laat is het thema in "I'm going to stop pretending that I didn't break your heart". Peter Buck van REM werkte ook mee aan dit album en dit laat zich vooral merken in de pop van "To lick your boots". "If you see Natalie" lijkt ons dan weer verplicht geprogrammeerd te staan op het antwoordapparaat van elke zichzelf respecterende zelfmoordpreventielijn. Dat oude brompotten ook nog geluk in de liefde kunnen vinden, moet blijken uit "Sweet lil' thing".

De volgende nummers op het album lijken wat aan spanning in te boeten door hun instrumentale en/of rustige karakter. "Losing streak" weet het album echter nog met wat frisheid te injecteren. Wie de rit helemaal tot op het eind uitzit, wordt voor zijn inzet beloond met het prachtige "Things the grandchildren should know".

"Blinking Lights & Other Revelations" is een synthese van 9 jaar Eels, de greatest hits der onuitgebrachte hits, zo u wil. Dit is een meesterwerk en veel meer hebben we daar niet over te zeggen.

Labels: ,

dEUS - Pocket revolution

Comebackplaat of ideale crash?
3.8/5



Michael Jordan was al in zijn jonge jaren een begenadigd speler. Het duurde echter enkele jaren vooraleer het publiek en de critici zijn talent ten volle erkenden. Zijn aparte speelstijl bezorgde hem een reputatie die legendarische proporties aannam. Maar op een plotse dag verloor de basketbalwereld zijn grootste smaakmaker: Michael Jordan vond de tijd rijp om een tot dan toe onvervulde jeugddroom na te streven, professioneel baseball. De vraag of en wanneer Michael Jordan terug zou keren, bleef die hele tijd in de lucht hangen, terwijl vele nieuwe beloften eindelijk hun kans zagen om naam te maken op het basketbalcourt. Michael Jordan keerde uiteindelijk terug. Zijn ervaring en ouderdom vormden de basis voor een nieuwe, gevarieerder speelstijl, iets wat hem er niet van weerhield om af en toe nog eens zoals vanouds uit te pakken. Michael Jordan wordt tot op heden nog steeds als een van de beste basketballers ooit beschouwd.

Indien u niet helemaal begrijpt waarop vorige alinea slaat, raad ik u aan hetzelfde traject af te leggen voor dEUS/Tom Barman. U kan dan waarschijnlijk zelf wel begrippen op die tijdslijn plaatsen zoals "Worst Case Scenario", "In a Bar under the Sea", "Any Way the Wind Blows" en datgene waar het hier eigenlijk om draait, "Pocket Revolution".

"Bad timing" is een nummertje als vanouds: de tegenstander recht in de ogen kijken, uitspelen met een stijlvol uitgevoerde dribbel, recht op de korf af en dan uithalen met een slam dunk. "7 days, 7 weeks" en "If you don't get what you want" maken van dEUS nog steeds de beste speler op het nationale veld, maar laten eveneens zien hoe dicht nieuwkomers als Girls in Hawaii en Ghinzu op hen zijn ingelopen.

CJ Bolland werkte mee aan "Stop-start nature" en "What we talk about (when we talk about love)", niet toevallig de twee nummers waarin het Magnus-gehalte zich het sterkst manifesteert. "The Ideal Crash" laat zich dan weer gevoelen op "Include me out" en "The real sugar".

In de tweede speelhelft dreigen knullig balverlies ("Nightshopping") en gepruts onder de korf ("Cold sun of circumstance") de score lager te laten uitvallen dan verwacht, maar dat is buiten het geheime wapen van de ploeg gerekend. Stef Kamil Carlens maakt immers een zeer gesmaakte invalbeurt op het titelnummer, "Pocket Revolution". Ook is hij betrokken bij "Sun Ra", een actie die de gezamenlijke verdienste van het team in de verf zet. Tot slot is er nog "Nothing really ends", de treffer voor de buzzer die de overwinning volledig veilig stelt.

Niet alle worpen gaan er van de eerste keer in en vooral wie de oude dEUS vers in het achterhoofd heeft zitten, zal menig luisterbeurt nodig hebben om de waarde van dit album te appreciëren. "Pocket Revolution" is niettemin een verdienstelijke inspanning van een groep, die aangeeft dat het nog goed meekan op het hoogste niveau.

Labels: ,

Copenhagen - Sweet dreams...

In hun volledige bezetting krijg je ze waarschijnlijk niet allemaal in je woonkamer binnen maar gelukkig neemt dit puike album van dit kamerpopcollectief veel minder plaats in.
4.2/5



"Sweet Dreams..." is het tweede album van het Britse Copenhagen, een collectief dat is opgebouwd rond Neil Henderson en Kirsa Wlikenschildt. De productie was in handen van Robin Proper-Sheppard, u welbekend als frontman van Sophia (of als frontman van wijlen The God Machine indien u iets ouder bent), die op het album ook af en toe een akoestische snaar komt meeplukken. Hij zat daar trouwens niet alleen in de studio, om hun warme sound op te bouwen werd er tot maar liefst 16 man opgetrommeld. Van bombast is er echter nooit sprake.

Het duale karakter van de albumtitel vinden we doorheen het hele album terug. Ondanks de rust en de pracht van de arrangementen, en de diepe stem van Henderson die iets beschermends en vaderlijks uitstraalt, zijn deze 11 verhaaltjes voor het slapengaan niet bevorderlijk voor een optimale nachtrust.

"Curled up in the bathroom/Pill jar empty on the floor" zingt Henderson in "Eleanor" en zo is in elke song wel genoeg dramatiek te vinden. Zo meet "Soldier" de psychologische schade op van oorlogstrauma's en komen haatgevoelens aan bod in "Lucky Seven". "Justine" is dan weer de lugubere gedachte die telkenmale door ons hoofd flitst bij het lezen van een zoveelste vermiste tiener. Echt veel stof tot lachen is er dus niet te vinden op dit album maar geen kat die daar om maalt in de winter.

Sluit de gordijnen, neem er een glaasje bij, geniet van "Sweet Dreams..." en maak je op voor een woelige nacht.

Labels: ,

Coldplay - X&Y

De succesformule lijkt nog niet uitgewerkt
3.8/5



Ooit waren ze enkele universiteitsstudenten die samen muziek speelden om de tijd wat te doden. Dat "ooit" is zo'n goeie 7 jaar geleden. Ondertussen gelden ze als een van de supergroepen die de hedendaagse podia aandoen. Op grote schaal worden ze nu geliefd en gehaat.

Geliefd omdat ze na een prima debuut ("Parachutes") vonden dat ze nog beter konden, en dat ook deden op "A Rush of Blood to the Head". Geliefd omdat ze live nog beter zijn dan op plaat. Geliefd omdat ze weten dat pop en rock het puurst klinken daar waar ze elkaar raken. Gehaat omdat ze alomtegenwoordig zijn op de radio. Gehaat omdat ze reeds na hun tweede album beschouwd werden als een wereldgroep. Gehaat omdat Chris Martin dingen doet met Gwyneth Paltrow die niemand verdient te doen, behalve wijzelf.

De verwachtingen voor dit derde album lagen dan ook hoog, was het niet om het de hemel in te prijzen, dan wel om het de grond in te boren. Dit had ook zijn invloed op de groep die zich nogal onzeker ging voelen in de aanloop naar de eerste testcases. Al snel echter bleek de vrees ongegrond. Vooruitgeschoven single "Speed of sound" schopte het zelfs tot eerste legale instant downloadsucces.

Maar "X&Y" is uiteraard meer dan enkel "Speed of sound". Een poppy Pink Floyd komt om de hoek piepen in opener "Square one". "What if" is "Trouble" met iets meer ervaring in de vingers en "White shadows" bewijst dat ook refreinen een oasis van rust kunnen zijn in een zee van gitaren. "Fix you" is spijtig genoeg te banaal, te saai, te oubollig en vooral te stadionrock.

"Talk" daarentegen kan ons wel bekoren, met zijn zonnestralen en gitaren die gelijktijdig doorheen het wolkentapijt breken. Hetzelfde kunnen we zeggen van titelnummer "X&Y" dat naar Mercury Rev hint, alvorens onder een dekbeddikke laag dream pop te kruipen.

Na "Speed of sound" kan het er wat rustiger en gemoedelijker aan toegaan en "A message" krijgt dan ook de ademruimte die het verdient, deze keer geen gitaren die de song tegen warp speed de hemel injagen. Daarna volgt "Low": een beetje eighties, een beetje nineties, maar toch vooral eigentijds klinkend.

"The hardest part" en "Swallowed by the sea" lijken de indruk te wekken dat het vet er een beetje af is naar het einde toe, maar dat is dan buiten "Twisted logic" gerekend, "The Bends" en "OK Computer" vermalen tot één song. En tot slot is er nog de bonustrack "Til kingdom come", denk U2 aan de folk.

Evolutie zit 'm soms in kleine dingen, en zo ook op dit album. Coldplay voegt enkele schakeringen toe aan hun muzikaal palet zonder de luisteraar van zich te willen vervreemden. Daar waar andere groepen in het verleden voor een eigenzinniger pad kozen, houdt Coldplay vast aan hun succesformule: emotie, melodie en harmonie samenballen tot popsongs die weten te raken. En daar hoeven ze zich echt niet voor te schamen.

Labels: ,

Clap Your Hands Say Yeah - Clap Your Hands Say Yeah

Best een applausje waard
3.9/5



Als u graag wat over muziek te weten komt, sla dan gerust deze paragraaf over want hier volgt eerst de oninteressante troep die wij recensenten het publiek dat op de wereld is gezet zonder achtergrondkennis dienen voor te schotelen. Clap Your Hands Say Yeah is momenteel hot. Hot omdat ze zichzelf zonder platenlabel noch ware promocampagne wisten te verkopen. Jawel, de kracht van het internet heeft zich nogmaals laten gelden en dat wekt altijd niet enkel verwondering, maar ook (zie ook Arctic Monkeys) heel wat aandacht. Bovendien zijn de vergelijkingen tussen zanger Alec Ounsworth en David Byrne, hoofd der hoofden, hardnekkig wederkerend als ware het een plaag van gordelroos. Kortom, genoeg redenen om de band lief te hebben of te haten nog vooraleer er een noot gevallen is.

De eerste noot is alvast een taaie. De stem van Ounsworth is op zich al een acquired taste, maar al zeker als ie op "Clap Your Hands" als een lallende circusdirecteur het volk de tent probeert in te lokken met een megafoon. Velvet Underground komt mee binnengeslopen op "Let the cool goddess rust away" en geeft meteen een rock-chachacha weg op tamboerijn. Met zijn nasale stem neuzelt en neuriet Ounsworth een aardig stuk weg op het uiterst genietbare "Over and over again (lost and found)". "You look like David Bowie/But you've nothing new to show me", geen wonder dat de Bowster hen in de armen sluit.

De plaatselijke beiaardier die een wandklok bespeelt, is het beeld dat zich vormt bij "Sunshine and clouds (and everything proud)". Niet dat we er te lang stil bij kunnen staan want "Detail of the war" dient zich aan, een lied over onbeantwoorde liefde en frustratie dat op een laag vuurtje blijft voortsudderen. "Is this love?" was een vraag die Bob Marley zich al eerder stelde, maar bij CYHSY is de kwestie veel prangender en opdringeriger, ondanks de wolkjes Grandaddy-keys.

Mannen met baarden zijn het, die heavy metal brengen. Bij Clap Your Hands Say Yeah maken ze er hun eigen Pater Versteylen-versie van. Ze brengen dezelfde boodschap, maar drukken zich daarbij zachter uit. "In this home on ice" is My Bloody Valentine zonder zich te laten afleiden door allerlei gitaarpedaaltjes. "Gimme some salt" brengt het boeltje voor een laatste keer op smaak voor we aan het dessert beginnen. Dat dessert draagt de naam "Upon this tidal wave of young blood", het geheime ingrediënt heet The Pretenders en lekkerbekken als we zijn, kunnen we er maar geen genoeg van krijgen.

"You so different in a different way", keelt Ounsworth ergens. Clap Your Hands Say Yeah klinkt herkenbaar retro, maar laat zich niet als eender welke jonge groep bij het nekvel grijpen en in een hokje duwen. Als deze groep iets heeft opgestoken van de eighties, dan is het wel dat de yuppies uiteindelijk aan het kortste eind trokken. "Clap your Hands Say Yeah" klinkt fris, ongedwongen en zelfs charmant nonchalant, iets wat we de laatste tijd te hard hebben gemist bij de vele next big things. Daarvoor willen we wel eens in de handen klappen.

Labels: ,

Black Rebel Motorcycle Club - Howl

De nieuwe Black Rebel Motorcycle Club
3.7/5



Black Rebel Motorcycle Club debuteerde met hun gelijknamige album in 2001. De zwartjassen scoorden hoge ogen met hun revival van fuzzy gitaren en donkere teksten. Twee jaar later volgde "Take them on, on your own", waarbij de typische Black Rebel noise geïnjecteerd werd met een scheut rauwe Amerikaanse rock. Ondanks het feit dat ze op korte tijd een eigen imago en sound wisten op te bouwen, bleef het geluk niet aan hun zijde. Zo werd de groep buitengewipt bij Virgin Records en drummer Nick Jago verliet de groep. Maar goed, uiteindelijk vond de Club een nieuw onderdak en kijk, ook hun drummer keerde terug, net op tijd voor de opnames van "Howl".

Ervaringen vormen soms het ideale punt om het allemaal eens over een andere boeg te gooien, en dat is wel het minste wat we van "Howl" kunnen zeggen. In "Shuffle your feet" vinden we vanalles, maar niets wat op de vroegere sound lijkt: akoestische gitaar, slidegitaar, mondharmonica en handgeklap.

Titelsong "Howl" speelt in op ons zwak voor orgeltjes. Het desbetreffend orgeltje neemt een prominente rol in naast Peter Hayes' stem, terwijl de andere instrumenten stilletjes meewiegen op de achtergrond. Terwijl "Howl" nog enigzins aansluit bij de vroegere sound, is "Devil's waitin'" Black Rebel nieuwe stijl, denk aan gospel op de backporch.

"Ain't no easy way" gaat verder op de ingeslagen weg, die door een landschap van americana en blues leidt, en weet zich met zijn opzwepend ritme tussen onze favorieten te nestelen. "Still suspicion holds you tight" moet het met wat minder schwung stellen en klinkt dan ook nogal banaaltjes.

Om het goed te maken, krijgen we echter onmiddellijk 2 pareltjes voorgeschoteld. "Fault line" doet veel met weinig middelen. Een akoestische gitaar en een mondharmonica, meer is er soms niet nodig om ons tot lovende woorden te brengen. In "Promise" horen we dan weer "Mellon Collie" Corgan die een prima John Lennon neerzet. Daarna volgt "Weight of the world", dat perfect tussen de nummers van hun debuutalbum zou passen, mocht men er ooit een unplugged versie van uitbrengen.

Dat de Motorcycle Club niet enkel het licht, maar ook het Licht heeft gezien, blijkt naast het eerdere "Devil's waitin'" vooral uit "Restless sinner" en "Gospel song". "Complicated situation" vervolgens is Dylanesk met de grote letter D, en "The line" maakt het album om het even kort en krachtig uit te drukken "af".

Op "Howl" klinkt de Black Rebel Motorcycle Club als herboren. De gitaarlaag is weggekrabd en wat overblijft, verrast en verbaast. Daar waar de sound en het beeld van de vroegere Motorcycle Club overeenstemde met dat van een stoere biker, zouden we na "Howl" eerder spreken van een mysterieuze hiker, een man met verhalen met de duim omhoog langs de kant van de weg. Aan u de keuze of u hem meepakt.

Labels: ,

Austin Lace - Easy to Cook

Haal de zomer in huis met de nieuwste van Austin Lace
3.2/5


Nieuwjaar vieren in de zwembroek is in Australië niet bijster abnormaal en we zien de jongens van Austin Lace hetzelfde doen, ook al wonen ze in Nijvel. In het putje van de winter laten ze namelijk deze collectie zomerse songs op ons los.

"Come on, come on, come on" opent de plaat en probeert ons stilletjes van onze Leuvense stoof weg te lokken. Bij "Say goodbye" zijn we niet meer te houden en vaag horen we moeder nog iets roepen over een sjaal en muts terwijl we in onze kast onze zwemshort aan het zoeken zijn. "Sunshine for everyone" roepen we nog snel voor we de deur uitstormen en in de brede sloot zonlicht stappen die "Wax" heet.

Eenmaal het initieel enthousiasme wat gekoeld ("Bossanova", "Hush-hush") blijkt dat het openluchtzwembad gesloten is en niet alle goeie ideeën een succes zijn ("Accidentally yours", "Kill the bee"). Gelukkig kunnen we ons onderweg naar huis nog opwarmen aan "Telepheric love", "Your heart is a hook" en "To Ronald" zodat we dit avontuur toch nog zonder een verkoudheid kunnen afsluiten.

"Easy to Cook" bevat 12 zomerse popsongs die in barre, winterse tijden net iets te licht uitvallen. Het klinkt leuk, het klinkt fris maar er blijft spijtig genoeg te weinig van hangen. Zelf verkiezen we de zon boven de zonnebank maar mensen die snakken naar een straaltje zon zullen hiermee wel genoegen kunnen nemen.

Labels: ,

Asimov - Asimov

Wachten op wat volgen zal
3.2/5

Het gaat weer goed met de Vlaamse rock. Nadat het landschap er enkele jaren quasi onveranderd bij bleef liggen en een aanvoer van vers bloed uitbleef, zien we recent meer en meer jonge bands de neus aan het venster steken. Het Dendermondse viertal Asimov voelt zich niet geïntimeerd door de concurrentie en laat zijn gelijknamige debuut op de mensheid los.

Dat de band op hun site naar The Posies verwijst, verwondert ons hoegenaamd niet. Opener "Mentalistic move" is een klassiek powerpopvoorbeeld: uitgekiende hooks, een degelijke songstructuur en een neus voor catchy lijnen.

Wiens oren "The bitter end" van Placebo best konden aanhoren, zal evenveel plezier beleven aan "A probe", al was het maar omdat de gelijkenis bijwijlen redelijk treffend is. Het te vroeg heen gegane The Sheila Divine weerklinkt in "Dreamlove". Wat ons betreft levert dat de groep 2 bonuspunten op, één voor de goeie muzieksmaak en één voor de perfecte uitwerking.

Daarmee zijn de punten spijtig genoeg ook ongeveer uitgedeeld. We hebben er nog eentje te geef voor "Luxury", een song waar Axl Peleman vast wel nog geld voor zou willen geven. De rest van het album mist evenwel te zeer de spanningskracht die in de eerste songs aanwezig is, en ook de afwisseling is wat zoek. Asimov heeft ons iets te snel te goed verwend, waardoor de overige songs niets anders kunnen doen dan zo goed mogelijk boven de middelmaat proberen uit te stijgen.

Pessimisme is echter niet aan de orde. De wil is er al, nu nog het vermogen om het geheel beter af te werken. Met een naam als Asimov kunnen we uiteraard niet anders dan in spanning uitkijken naar de toekomst.

Labels: ,