zaterdag, april 01, 2006

Sigur Ros - Takk...

Sigur Ros bedankt ons op gepaste wijze
4.2/5



We moeten daar heel eerlijk in zijn, Sigur Ros heeft het ons nooit gemakkelijk maakt. Alsof we de IJslandse taal nog niet slecht genoeg beheersten, moesten ze zonodig een eigen taaltje uitvinden, het hopelandic. Hun derde album droeg noch albumtitel, noch songtitels (of hoe dacht u misschien ronde haakjes uit te spreken?). Bovendien hadden we altijd de grootste moeite om de schoonheid van hun muziek in woorden te vatten. Gelukkig lag het niet aan onze beperkte woordenkennis, want iedereen rondom ons bleek met hetzelfde probleem te kampen.

"Takk..." is het vierde album van deze getalenteerde IJslanders en om ons een plezier te doen, hebben ze het deze keer iets conventioneler gehouden. Zo hebben alle songs weer titels en heeft zelfs de albumtitel een betekenis. Takk laat zich immers vertalen als "Bedankt", en dat terwijl wij de mensen van Sigur Ros dienen te bedanken, want wat hebben ze weer knap werk afgeleverd.

Het nummer "Takk..." geeft ons de kans om nog even vanalles wat ons zou kunnen afleiden tijdens de beluistering aan de kant te leggen, en om er dan eens goed voor te gaan zitten want daar heb je "Glósóli" al. Alles lijkt peis en vree, maar terwijl Jonsi ons met zijn hoge sirenenzang doet wegdromen, bouwt de onrust op in de achtergrond. Zo'n 4,5 minuten ver in de song doemt er plots een wall of sound van jewelste op, waarin zijn stem lijkt te verdrinken. Wanneer die stem op het laatste nog als enige overeind blijft, dan weet je dat je zonet het eerste hoogtepunt van de plaat overleefd hebt.

"Hoppípola" - met "Með Blóðnasír" als appendix - lijkt verdacht veel op een gewone popsong, maar slaagt er niettemin in met ouderwetse belletjes en blazers hemels te klinken. "Sé Lest" is dan weer natuurlijke stilte in klanken gegoten, met een briesje dat wat carrouselmuziek onze kant opblaast.

"Sæglópur" begint lieflijk, alvorens ondersteboven gelopen te worden door een horde trollen, en uiteindelijkt in een zee van stilte te eindigen. Het is een aanpak die we wel meer aantreffen bij Sigur Ros, maar buiten de buitenaardse schoonheid hebben deze songs meestal weinig met elkaar gemeen. Het verwordt immers nooit tot een formule. Daarvoor is er te veel variatie, zijn er te veel emoties die uit te drukken vallen binnen het vocale en muzikale spectrum. En zelfs wanneer de muziek niet opbouwt naar een climax, zoals in "Andvarí" of "Heysátan", blijven de songs boeien.

Met "Takk..." bewijst Sigur Ros nog maar eens heer en meester te zijn in het kleine stukje muziekwereld dat ze voor zichzelf geschapen hebben, en waarbinnen geen regels van onze aardse wereld van toepassing zijn. Wat ze ook mogen zingen, verstaan doen we hen niet, maar begrijpen wel, alsof we hetzelfde voelen.

Labels: ,