zaterdag, april 01, 2006

William Elliott Whitmore - Ashes to Dust

Het leven en lijden van een boerenzoon.
3.6/5



William Elliott Whitmore, beste mensen, is 26 jaar en afkomstig van Middle of Nowhere, USA. Zijn jeugd bracht ie als boerenzoon door in uitgestrekte velden zonder veel leeftijdsgenootjes of afleiding. De natuur was zijn vriend en boeren zijn geloof. Po√ętisch, nietwaar?

Maar de realiteit lag anders. Op de leeftijd van 18 had William reeds beide ouders verloren en stond hij helemaal alleen op de wereld. Zoals bij vele anderen bleek de muziek zijn redding. Zijn songs werden het ideale middel om zijn duivels en demonen uit te drijven en dat laat zich ook merken in titels als "The day the end finally came", "Diggin' my grave" en "The Buzzards won't cry".

De Mississippi stroomt niet enkel door zijn hometown maar ook door zijn aderen. Whitmore zingt de blues zoals enkel oude zielen dat kunnen. Denk aan een iets minder krakende en blaffende Tom Waits die over de katoenvelden dwaalt. De schaarse instrumentatie (banjo, slidegitaar, accordeon) dient enkel om de contouren van de stem en de sfeer wat bij te kleuren. Het lijkt wel alsof men de warmte en gezelligheid van de backporch in een fles heeft gevangen en in je oor gegoten.

Whitmore vat zichzelf mooi samen in "Midnight"
Well the bluebird can sing,
but the crow's got the soul

Elke vogel zingt zoals ie gebekt is. In Whitmores geval gaat het om weinig vrolijke dingen, die niet nalaten je te raken. "Lift my jug (Song for Hub Cale)" is de enige song die beschikt over een portie levenslust. Niet zo verwonderlijk als je weet dat de song is opgedragen aan Hub Cale, een zwerver die indruk maakte op een destijds jonge William, en in diens ogen alles wat vrij en zorgeloos is, voorstelt.

In het slotnummer "Porchlight" waart de geest rond van zijn overleden vader en de spiritualiteit van de boerenstiel:
Even though a memory is all I will be
would you leave the light on for me

Voortaan laten ook wij het licht aan.

Labels: ,